Cliff Richard in tranen bij zaak tegen BBC

Cliff Richard heeft vrijdag in de rechtbank in Londen emotioneel verslag gedaan van de 22 maanden waarin hij onderwerp was van onderzoek naar mogelijk kindermisbruik. De 77-jarige Brit zei dat zijn gezondheid in die tijd ernstig verslechterde door de voortdurende stress. "Zowel mentaal als fysiek", aldus Richard, die op een gegeven moment zelfs vreesde voor een hartaanval.

Richard heeft een zaak tegen de BBC aangespannen omdat de Britse publieke omroep beelden van de inval in het huis van de zanger, waarmee het in augustus 2014 begon, live op de televisie uitzond. De zanger werd beschuldigd van kindermisbruik maar na onderzoek bleken die aantijgingen onterecht. In juni 2016 werd bekend dat hij niet werd vervolgd.

Op de tweede dag van het proces tegen de BBC kwam Richard zelf aan het woord. Hij vertelde onder meer over de impact van de uitzending. "Het was schokkend en verontrustend. Ik heb er in al die maanden zeer onder geleden. Op een gegeven moment dacht ik dat ik een hartaanval of beroerte zou krijgen", vertelde de zanger.

Besmet

Richard dacht dat de hele wereld hem nu voortaan zou zien als een "crimineel". "Het voelde alsof alles waaraan ik in mijn leven had gewerkt uit mijn handen glipte. Ik voelde mij besmet, en zo voel ik mij nog steeds." De zanger vindt dat de BBC zijn reputatie heeft besmeurd, zo zei hij later snikkend toen hij een lijstje van landen opnoemde waar zijn naam in diskrediet zou zijn gebracht. Op het lijstje stond ook Nederland. "De politie deed dat niet, de BBC deed dat", aldus Richard.

Een verslaggever van de BBC had de politie ten tijde van de inval benaderd en gezegd te weten van het onderzoek naar Richard. Daarna werd de informatie over de inval gedeeld. Vorig jaar mei schikte Richard al met de politie. Hij kreeg een schadevergoeding van 400.000 pond (ruim 462.000 euro).

De advocaat van Richard, Justin Rushbrooke, hekelde donderdag al de "opdringerige" manier van werken van de BBC en eist een "zeer substantiële" schadevergoeding van de Britse publieke omroep. Volgens hem was het onderzoek privé en "was geen openbaar belang bij openbaarmaking".