Griet Op de Beeck: “Het ergste was: niet geloofd worden”

Griet Op de Beeck (44) was eerst het litteraire wonder dat de ene na de andere bestseller schreef, maar ontwaakte toen ruw onder heel veel krtiek. Ze was nog niet bekomen van de mediastorm na haar misbruikgetuigenis, of ze kreeg van haar critici al te horen dat haar boekenweekgeschenk geen cadeau was. “Uitgeverijen vochten om haar debuut,” schrijft De Morgen. “Ze schreef de ene hit na de andere en het recensentengilde trakteerde haar – zeker in Nederland – bij herhaling op vijfsterrenrecensies. Ze won de Bronzen Uil, haar literaire helden kieperden bakken complimenten over haar leeg en haar verschijning in het VPRO-programma Zomergasten deed de hashtag #verliefdopgriet viraal gaan. Zelden deed iemand in zo’n korte tijd zo veel lezersharten gloeien.”

En toen volgde een vloedgolf bagger. Eerst over de incest. “Het ergste was: niet geloofd worden. Dat sneed echt diep. Vooral omdat ik wezenlijke aspecten van mijn verhaal niet had kunnen vertellen: ik wilde geen mensen in beeld brengen die daar niet om gevraagd hadden. Maar geloof me: telkens als ik intimi het héle verhaal kon vertellen, zag ik niet één gefronste wenkbrauw.

De commotie na mijn getuigenis bewees dat het incesttaboe nog altijd groter is dan we denken. Een MeToo-verhaal over een man die de seksuele grenzen van een vrouw overschrijdt, daar wordt naar geluisterd. Maar als de man een papa is en de vrouw een meisje van vijf, kijken we weg. We willen ons dat niet voorstellen, een vader die aan zijn dochter zit. Nog liever dan de feiten onder ogen te zien, stellen we ze in vraag.”

En daarom moest zij het ontgelden, denkt ze. Te griezelig.

En amper bekomen kwam haar boekenweekgeschenk uit dat in de Nederlandse pers ongenadig hard werd gekraakt. “Reacties van lezers – of het nu collega-auteurs, recensenten of gewone lezers zijn – zeggen altijd meer over de lezers in kwestie dan over je boek. In die zin kan ik slechte kritieken – ook al zijn ze over het algemeen onaangenaam – best plaatsen. En verder probeer ik me inwendig af en toe te beroepen op een uitspraak van Harry Mulisch: ‘En toch, mijnheer de recensent, ben ik er zeker van dat u liever mijn lullige boekje had geschreven dan uw lullige stukje in de krant.'”

Ze denkt te weten wat ze zou moeten doen om betere kritieken te krijgen. “Samengevat: ontoegankelijker, pessimistischer en cynischer zijn.” En dat gaat ze niet doen!

Bron(nen):   De Morgen