Stop met opruimen. Het is nergens voor nodig

Nette mensen willen je er graag van overtuigen dat een opgeruimd huis echt beter is. Niet voor niets verkoopt Japanse opruimgoeroe Marie Kondo bergen boekjes. Maar ben je van nature slordig en rommelig, laat het dan lekker gaan. Er zitten namelijk tal van voordelen aan, legt Eric Abrahamson uit in Knack. Hij is hoogleraar Management aan de Columbia University en deed er onderzoek naar.

Twee derde van de mensen vindt zichzelf te slordig en schaamt zich daarvoor. Ruim de helft geeft ook toe rommelmakers te veroordelen. Van jongs af aan leren we dat orde en netheid goed zijn en wanorde slecht. Terwijl Albert Einstein, zelf een chaoot, ooit al zei : “Als een rommelig bureau het teken is van een rommelige geest, waar staat een leeg bureau dan voor?”

Creatief
Veel grote wetenschappers waren slordig, maar ook een bedrijf als Microsoft volgt bijvoorbeeld altijd de wanorde. “Op een slecht opgeruimd bureau ontstaan er kruisbestuivingen die in een geordende en gerangschikte wereld in de kiem worden gesmoord.” Wanorde stimuleert creativiteit en innovatie, aldus de filosoof.

Flexibel
“In de ruimte, maar ook in de tijd”, vervolgt Eric Abrahamson. “Mensen die zich niet in een planning laten opsluiten, vinden altijd wel een gaatje als er iets onverwachts tussen komt. Ook laten ze zelden een kans onbenut. Agendafanaten en schema-adepten daarentegen veroordelen zichzelf tot starheid.”

Gelukkig
Chaoten en rommelaars zijn dus flexibeler en kunnen beter omgaan met onverwachte tegenslag dan degenen die strikt hun agenda naleven. Abrahamson twijfelt er dan ook geen moment aan dat de sloddervossen meer aanleg hebben voor geluk.

Efficiënt 
Tenslotte boeken de ongeorganiseerden onder ons ook nog tijdwinst. Alles netjes opruimen kost veel tijd. Daarnaast stelt Abrahamson dat iemand met een rommelig bureau veel eerder dat ene documentje van de stapel afplukt dan degenen die in zijn opbergsysteem op alfabet moet gaan zoeken.

Dus chaoten zijn creatiever, flexibeler, efficiënter en waarschijnlijk gelukkiger.

Bron(nen):   Knack