Ook al lijkt het niet zo: het gaat echt beter in de derde wereld

Er is zeker nog veel ellende en narigheid in de wereld, maar het is niet zo dat er niets verandert. Sterker nog, de armoede in ontwikkelingslanden is in enkele decennia fors afgenomen. Mediawetenschapper Mirjam Vossen legt in Trouw uit waarom het lijkt alsof dat niet zo is.

Sinds 1990 is het aantal mensen dat in extreme armoede leeft meer dan gehalveerd. Toen leed een op de vier mensen honger. Nu is dat nog een op de tien. Meer dan negentig procent van de kinderen wereldwijd krijgt basisonderwijs. In Afrika is dat al tachtig procent. In Rwanda worden meer kinderen ingeënt tegen mazelen dan in de VS en in Thailand ligt het geboortecijfer lager dan in Zweden.

Hoopgevende cijfers, toch hoor je daar nooit wat over. Dat ligt aan de media en aan ontwikkelingsorganisaties zegt Vossen. Journalisten willen misstanden aan de kaak stellen, ontwikkelingsorganisaties willen geld ophalen. Daardoor krijgen we vooral te horen over honger, ziekte en ellende en lezen we weinig succesverhalen. Zo ontstaat een achterhaald beeld van de derde wereld.

Dat blijkt wel als je mensen er naar vraagt. Uit onderzoek van Motivaction blijkt dat slechts veertien procent van de Nederlanders weet dat de honger in de wereld is afgenomen. Een derde denkt zelfs dat het erger is geworden. Dat is kwalijk, omdat het dan net lijkt alsof de inzet van overheden en organisaties niets heeft uitgehaald, terwijl dat wel zo is. Bovendien doe je derde wereldlanden tekort door te denken dat het er alleen maar kommer en kwel is.

Bron(nen):   Trouw