Links en rechts in evenwicht in Zweden

Het centrumlinkse en centrumrechtse blok zijn bij de Zweedse parlementsverkiezingen ongeveer even groot geworden: 39,4 tegen 39,6 procent, volgens de eerste tv-voorspellingen na het sluiten van de stembureaus zondagavond.

In vergelijking met de vorige stembusgang in het Scandinavische land betekent dat een stevige ruk naar rechts. Dat is in grote mate te danken aan de anti-immigratiepartij Zweden Democraten, die onder leiding van de populist Jimmie Åkesson volgens de exitpolls 19,2 procent van de stemmen heeft gekregen. Dat is een winst van meer dan 6 procent. De SD is daarmee het front geworden van de rechtse Alliantie.

De sociaaldemocraten, die de afgelopen jaren regeringsverantwoordelijkheid droegen, leverden flink in. De partij van premier Stefan Löfven blijft volgens de prognoses de grootste (26,2 volgens SVT) maar heeft geen zicht op de vorming van een stabiele rood-groene coalitie. Ook met steun van een andere bondgenoot ter linkerzijde is er geen meerderheid. De onderhandelingen over een nieuw kabinet, van welke kleur dan ook, worden derhalve een moeilijke en langdurige exercitie en misschien wel een onmogelijke.

Het succes van de SD past in het plaatje dat elders in Europa was te zien. Rechts-populistisch en extreemrechts trokken recent in Italië, Oostenrijk en Duitsland al veel kiezers door hun ideeën over de aanpak van de vluchtelingencrisis. Zweden kreeg in 2015 een toestroom van 160.000 immigranten vooral Syriërs, te verwerken. Löfven slaagde er wel in die in te dammen maar werd daarvoor niet beloond.