Cannabisexpert: “Elke dag blowen hoeft geen probleem te zijn”

Veel blowen is niet altijd een probleem, stelt Janna Cousijn, onderzoekster aan de Universiteit van Amsterdam, in het Parool. Ze wil het debat over softdrugs nuanceren.

“Veel cannabisonderzoek vergelijkt blowers met niet-blowers. Ik kijk naar verschillen binnen de groep stevige blowers, mensen die bijna elke dag wiet roken,” aldus Cousijn. “Ik heb ontdekt dat een deel verslaafd raakt en problemen kent, en een deel niet. Ruwe schattingen zeggen dat de helft het prima doet, een baan en gezin heeft. De andere helft raakt verslaafd en komt in de problemen. Zwaar cannabisgebruik is niet per definitie een probleem, maar het is ook niet probleemloos.”

Ze legt uit hoe een verslaving werkt: “Hersendelen die met beloning te maken hebben, zoals het striatum, reageren meestal sterker bij verslaafde mensen. Controlegebieden reageren juist zwakker. Maar je kunt niet in de hersenen van een individu kijken en dan zeggen of iemand verslaafd is. Die grens is ook in het dagelijkse leven moeilijk te trekken. Verslaving is een extreme variant van normaal gedrag. De grens wanneer iets ziekelijk is, is arbitrair.”

Cousijn vindt dat softdrugs gelegaliseerd moeten worden. “In landen waar softdrugs verboden zijn, komt verslaving net zoveel voor als in Nederland. Daarnaast blijft het raar dat een coffeeshophouder wel mag verkopen, maar illegaal moet inkopen. Als je wiet legaliseert, weten gebruikers ook wat ze roken. Cannabis heeft verschillende eigenschappen, dat maakt het voor overheden zo’n moeilijke stof. Het heeft een medische werking, werkt pijnstillend, maar is ook een genotmiddel en een bron van verslaving. Die twee gezichten van cannabis moet je omarmen, zodat je er iets van leert.”

Bron(nen):   Het Parool