Waarom buitenaards leven waarschijnlijk vredelievend is

“Er is geen enkele reden waarom er géén grootschalige buitenaardse beschaving zou bestaan. Echt geen enkele,” zegt de bekende astronoom Vincent Icke tegen New Scientist. Hij bespreekt zijn boek ‘Reisbureau Einstein’ over de wetenschappelijke zoektocht naar buitenaards leven. Icke gaat er vanuit dat de eventuele andere wezens in de kosmos ons goed gezind zijn.

“En weet je waarom? Een geavanceerde buitenaardse beschaving heeft al heel lang vredelievend moeten samenwerken om zover te komen en zit vermoedelijk niet alleen op de eigen planeet,” legt de wetenschapper uit. “Een ruimteschip dat vertrekt vanaf de aarde komt in bijna twintig jaar tot het centrum van de Melkweg. Maar gezien vanaf de aarde duurt dat 24.000 jaar. Bij terugkeer is het hier 48.000 jaar later. Je kunt dus bijvoorbeeld best de Melkweg koloniseren, maar als het een samenhangend geheel moet zijn, dan moet je maatschappij wel stabiel zijn op een tijdschaal van 50.000 tot 100.000 jaar.”

“Wij weten uit ervaring op aarde dat een maatschappij die oorlogszuchtig is, het zo lang niet uithoudt,” gaat Icke verder. “Genghis Kahn, de Tokugawa, Hernán Cortés, Francisco Pizarro, Alexander de Grote – zo noemen ze hem dan hè? – al die schurken met hun veldtochten, heerszucht, enzovoort, hebben het maximaal, laten we zeggen, 150 jaar vol- gehouden. Maar geen 150.000 jaar.”

“Mijn vermoeden is daarom – maar ik moet oppassen, het is geen interstellaire scheikunde – dat een beschaving die de Melkweg heeft gekoloniseerd echt een beschaving is. Dat doet me denken aan wat Gandhi heeft gezegd over de westerse beschaving: ‘O, ik denk dat het een uitstekend idee zou zijn.”

“Kortom: we hoeven niet bang te zijn. Het is waarschijnlijk dat onze exoburen, als ze onze kant op komen, vredelievend zullen zijn. Misschien ook dat we ze daarom nog niet tegengekomen zijn. Dat ze denken: ach, laat die mensen op aarde nog maar even.” En verder kan hij ons geruststellen: “In het uitzonderlijke geval dat ze wel oorlogszuchtig zijn – och, dan hebben we geen schijn van kans.”

Bron(nen):   New Scientist