Herman Finkers lijkt de dood wel prettig, maar niet logisch

Herman Finkers wil het – in een prachtinterview in De Volkskrant – niet over zijn ziekte hebben. ‘Omdat het zo goed gaat met mij, relatief gezien. En ik ken zoveel mensen bij wie dat niet zo is. Mensen die dezelfde aandoening veel later kregen dan ik en inmiddels zijn overleden. Mijn beste vriend, die 40 was toen hij overleed aan een hersentumor. Dan denk ik: niet zeuren, je loopt nog rond en je kunt van alles. Daarbij is het een kwestie van pure mazzel dat het zo goed gaat, dus dan vind ik het ronduit beschamend om over infusen zus en onderzoeken zo te praten.’

‘Ik kan me niet voorstellen dat je níét nadenkt over de dood. Die ken je al sinds je eerste kat doodging, als kind. Wat ik op zich nooit erg vond, want ik had vogels. De dood kan ook mooi zijn, bedoel ik maar.’

Sinds zijn ziekte denkt hij vaker over de dood.

‘In het begin wel, in praktische zin vooral, maar dat gaat na een tijdje ook weer over. Ik denk wel na over de eeuwigheid. Daar kom je niet uit, dus dan zoek je manieren om daarmee om te gaan. Met het Missa Mysterium – zijn Gregoriaanse mis -bijvoorbeeld, dat poogt contact te maken met alles wat buiten de tijd ligt. Zo zeggen we dat in het Twents als iemand dood is: hij is de buiten de tijd.

Finkers is niet bang voor de dood

‘Dat niet, maar het lijkt me ook niet léúk. Sterven gaat nooit prettig. Daar moet je gewoon doorheen. Het dood zíjn lijkt me dan weer geen enkel probleem. Ik las laatst een interview met iemand die rabiaat ongelovig is. Hij stelde dat mensen er niet tegen kunnen dat het leven eindig is en dat ze daarom maar een hiernamaals verzinnen, om die angst te bezweren. Maar zo’n angstige gedachte is dat toch niet, dat het leven eindig is? Het lijkt me juist wel prettig. Het lijkt me alleen niet lógisch. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat deze werkelijkheid waarin wij zitten, uiteindelijk de alfa en omega blijkt te zijn.’

Bron(nen):   De Volkskrant