Waarom oplossen woningcrisis zo moeilijk is: “We zitten gevangen in het systeem”

De oorzaken voor de hoge huizenprijzen gaan verder dan een lage rente of een woningtekort. De privatisering van de markt speelt eveneens mee, net als het toegenomen leenvermogen van mensen.

NRC zocht uit wat de oorzaken en oplossingen zijn van de woningcrisis. Ten eerste is er inderdaad die lage rente, die in heel Europa voor stijgende woningprijzen zorgt. Daardoor kun je relatief meer lenen en dus meer bieden voor een woning.

Ook het leenvermogen is toegenomen. Kon je dertig jaar geleden maar op één inkomen een hypotheek afsluiten, nu kan dat op twee inkomens per huishouden. Daarnaast heeft de hypotheekrenteaftrek de prijzen opgedreven en zorgde de jubelton die ouders aan hun kinderen kunnen schenken voor hogere woningprijzen en een verdere tweedeling.

Verder zijn er nog de beleggers. Twintig jaar geleden was het nog lucratiever om je vermogen te beleggen op de beurs, maar nu is het rendement op vastgoed aantrekkelijker, schrijft NRC.

Privatisering woningmarkt
Tenslotte zijn er ook te weinig woningen gebouwd, maar dat komt volgens PvdA-politicus Adri Duivesteijn voornamelijk door de privatisering van de woningmarkt. De voormalig wethouder in Den Haag en Almere benoemt deze 'vrij principiële omslag' in 1990 expliciet. Voor 1990 maakten gemeenten niet alleen het bestemmingsplan maar kochten ze ook woningen en grond om bouwrijp te maken. "Gemeenten hadden alle tools in handen en waren de drijvende kracht. Particuliere beleggers waren niet geïnteresseerd. Gemeenten konden de markt aan het werk zetten. Corporaties stonden in de rij om met subsidie te mogen bouwen.”

Daarna werd de woningbouw steeds meer overgenomen door projectontwikkelaars, de aannemers en de bouw. "Het werd profijtelijk voor hen om gronden aan te kopen en daarmee hebben ze de zeggenschap gekregen over de woningbouwproductie.”

Verzakelijking
Enkele jaren later werden bovendien de woningcorporaties verzelfstandigd, schrijft NRC. Duijvesteijn: "Hierna is een verzakelijking ontstaan. De woningcorporaties zijn meer en meer marktconform gaan werken. Er ontstonden samenwerkingen tussen corporaties en projectontwikkelaars. En het bouwtempo werd niet meer door de gemeente bepaald, maar door de grondeigenaren die de woningen moeten leveren. Die partijen bouwen niet alleen woningen. Marktpartijen gaan alleen bouwen als het voor hen profijtelijk is.”

Daarom betwijfelt Adri Duivesteijn of het gaat lukken om de krapte op de woningmarkt op te lossen. "Zolang er een monopolie van projectontwikkelaars en woningcorporaties is, wordt het tempo van bovenaf bepaald. We zitten gevangen in het systeem. De overheid heeft zich zelf de instrumenten uit handen geslagen om invloed te hebben.”