‘Was Haiti maar Frans gebleven’

Geen land heeft zoveel verwachtingen de bodem ingeslagen als Haïti. Geen land in Noorden Zuid-Amerika is zo arm als Haïti. Geen land op het westelijk halfrond heeft zo’n sombere toekomst als Haïti. En of dat niet genoeg is, is juist Haïti door een aardbeving getroffen die meer slachtoffers lijkt te hebben gemaakt dan ooit elders in de regio zijn gevallen.
Haïti heeft beter verdiend, want deze staat is het resultaat van de enige grootschalige, geslaagde slavenopstand. Haïti was bedoeld als lichtend baken en een vrijhaven voor de miljoenen onderdrukte zwarten, die vertrapt en vernederd als slaaf naar de andere kant van de Atlantische Oceaan waren gebracht. Zo’n baken is Haïti nooit geworden.
Het is nog wranger: als je op de verworvenheden van de ex-slaven in de Nieuwe Wereld wilt wijzen, kun je maar beter over Haïti zwijgen. Daar waar de opstanden altijd mislukten, staan de nakomelingen van de slaven er beter voor. 

Hoe heeft het zover kunnen komen?

Het begon al slecht, want Haïti is ontstaan na een bloedige burgeroorlog en een aantal militaire invasies, waarin honderdduizenden blanken, zwarten en mulatten (personen, geboren uit een zwarte en een blanke) het leven lieten. Haïti heette toen nog Saint Domingue en vormde de parel van het Franse koloniale bezit, want het produceerde aan het einde van de achttiende eeuw meer suiker en koffie dan alle andere plantagegebieden in de Cariben bij elkaar.

Geen wonder dat er steedsmeer slaven uit Afrika werden aangevoerd, hoewel daarmee het gevaar van opstanden toenam. Dat risico namen de plantagebezitters echter op de koop toe, want het was tot dan toe immers steeds gelukt zulke opstanden te onderdrukken.

Op Saint Domingue slaagde de opstand wel. De uit Europa overgebrachte legers konden de opstand niet bedwingen; een aantal opstandige slaven ontpopte zich als slimme strategen, die de tactiek van de guerrilla tot in de finesses beheersten. De gele koorts deed de rest, en in 1804 was de eerste zwarte republiek in de Nieuwe Wereld een feit.

Het bleek een pyrrusoverwinning. Er ontstond verdeeldheid onder de leiders van de jonge republiek, en het land viel tijdelijk uiteen in twee delen. De economie stortte in, want zonder buitenlandse investeringen en expertise bleek het onmogelijk om suiker te produceren. Haïti werd een land van kleine keuterboeren, die maar net het hoofd boven water konden houden. En dat is nog steeds zo.

En als de slavenopstand op Haïti was mislukt? Dan had de slavernij daar 44 jaar langer geduurd, want Frankrijk schafte de slavernij in zijn koloniën pas in 1848 af. Daar staat echter tegenover dat Haïti nooit heeft kunnen profiteren van het ‘omgekeerde’ kolonialisme, waarbij het moederland niet langer financieel profiteert van zijn overzeese bezit, maar zich juist verplicht ziet daar flink te investeren.

Dat is precies wat er is gebeurd met Guadeloupe en Martinique, de andere Franse eilanden in het Caribische gebied. Hoewel de koloniale baten uit deze gebieden sterk terugliepen, heeft Frankrijk in de afgelopen twee eeuwen veel belastinggeld gestoken in de volkshuisvesting, de gezondheidszorg, het onderwijs en het wegennet van deze overzeese departementen.

Eind twintigste eeuw was het inkomen per hoofd van de bevolking in de Franse Cariben tien keer hoger dan op Haïti. Dan spreek ik nog niet over de grote verschillen op het gebied van veiligheid, corruptie en mensenrechten.

Was Haïti maar met Frankrijk verbonden gebleven, dan zouden er naast de natuurrampen zoals de recente beving, tenminste nog wat lichtpuntjes in de geschiedenis van dit land te ontdekken zijn."

Bron(nen):   Volkskrant