Joris Luyendijk: “De EU is beter af zonder de Britten”

Joris Luyendijk keert na zes jaar Londen terug naar Nederland. Hij is “teleurgesteld, gekwetst en bezorgd” schrijft hij in Vrij Nederland. Luyendijk “geeft zijn ‘inner Dutchman de vrije hand” en is snoeihard over de Engelse samenleving. De Brexit lijkt hem dan ook een goed idee. Enkele citaten:

Brexit
“Toen de uitslag binnenkwam in de nacht na het referendum, deed ik een diepgevoelde fist pump van blijdschap. Ik was inmiddels namelijk een voorstander van Brexit geworden. Het spijt me voor de vrienden die ik heb gemaakt in Londen, en meer nog voor al die straatarme working class sukkels die niet eens doorhadden dat ze zichzelf met hun stem voor Brexit nog armer gingen maken. Maar dit is Engelands probleem. Het land heeft volgens mij echt tijd nodig voor zichzelf. Tot die tijd is de EU veel beter af zonder de Engelsen.”

Tabloids
Luyendijk noemt de macht van de tabloids een totale ramp. “De tabloids wekten de indruk dat de EU op sterven lag en andere landen ook snel zouden volgen met hun eigen exit (The Daily Mail had het over ‘Broken, dying Europe’). Of dat de Britten de verplichtingen van de EU voortaan konden ontlopen zonder dan ook de voordelen te verliezen. En natuurlijk pompten de tabloids eindeloos de leugen de wereld in dat vertrek uit de EU geen geld zou kosten maar juist zou opleveren. Ik zie dan ook niet hoe Engeland ooit het spoor kan hervinden wanneer niet eerst deze kranten en tabloids worden bevrijd van het juk van de miljardairs die ze inzetten als instrument voor politieke macht.”

Onrechtvaardigheid
Een ander probleem vindt hij de onrechtvaardigheid in de “hypercompetitieve” Engelse samenleving. “Het grote voordeel is dat het in Nederland voor je identiteit niet allesbepalend is naar welke school en universiteit je bent gegaan. In Engeland heb je daar hele rituelen voor: staatsschool of privéschool? Oxford/ Cambridge of een andere universiteit? En indien ‘Oxbridge’, op welk college zat je?”

“Ik heb Engelse middenklasse-ouders door de raarste hoepels zien springen om hun kind maar op de ‘juiste’ school te krijgen. Vriendschappen heb ik zien stuklopen wanneer het ene echtpaar hun kind naar een privéschool stuurt en het andere niet. Zelfs relaties kunnen er op stranden. Het eerste huwelijk van de huidige Labour-leider Jeremy Corbyn liep op de klippen op schoolkeuze.”

Verbaasd schrijft hij: “Toch wel gek dat het land dat de wereld de term fair play schonk het heel normaal vindt wanneer rijke kinderen een betere opleiding krijgen dan arme. Ik weet nog goed hoe ik bij The Guardian, waar ik jaren werkte, rondvroeg: waarom stellen we in onze berichtgeving het schoolsysteem centraal, want zo kloont de elite zich toch elke generatie opnieuw? Het antwoord: de hoofdredactie en de belangrijkste schrijvers en journalisten komen zelf van privéscholen en sturen hun kinderen daar weer naartoe. Dus dat zou hypocriet zijn. Het erge is dat ik die Guardian-collega’s niet eens ongelijk kan geven. Tweederde van alle goede banen gaan naar de zeven procent kinderen van privéscholen.

Tegelijk kan ik de working class-mensen geen ongelijk geven dat ze zo woedend zijn. Op je twaalfde is de boel al bekeken in Engeland. En intussen krijg je steeds weer te horen dat je land een ‘meritocratie’ is waar hard werken wordt beloond en mensen die niet succesvol zijn dit dus aan zichzelf te wijten hebben. Die combinatie van onrechtvaardigheid en huichelachtige propaganda maakt mensen extreem bitter – een bitterheid die het ‘Leave’-kamp heel slim heeft opgestookt en daarna tegen de EU gericht.”

Winnen
De Engelsen zijn altijd gericht op winnen. Van een dansavond op school tot een politiek debat: “Een proces is pas afgesloten als er de winnaar bekend is – en dus ook de verliezer. De Engelsen noemen dit systeem adverserial en hun rechtspraak en politiek is zo ingericht: doelbewust polariserend. Het o zo Nederlandse idee van ‘1 + 1 = 3’ zegt Engelsen heel weinig, zoals het idee van samenwerking in plaats van competitie ze oprecht vreemd voorkomt.

Het is moeilijk te bewijzen, maar ik geloof dat Engelsen het idee van ‘Europese samenwerking’ daarom ook zo onbegrijpelijk vinden. Het woord ‘compromis’ heeft echt een negatieve klank in de Engelse populaire cultuur (‘doormodderen’).”

Superioriteitsgevoel
Tenslotte noemt hij het misplaatste superioriteitsgevoel van Engeland. “Cameron, bijvoorbeeld, wilde altijd ‘concessies’ van de EU. Kennelijk was het Britse lidmaatschap een soort gunst aan de EU in ruil waarvoor er speciale opt-outs en uitzonderingen konden worden geëist. Letterlijk iedere ‘Leave’- en ‘Remain’-kiezer ging ervanuit dat ik als EU national natuurlijk tegen Brexit zou zijn. Treffend is ook hoeveel mensen er gevallen zijn voor de slogan ‘De EU heeft de Britten meer nodig dan andersom’: dit was de basis voor het misverstand dat de EU het Verenigd Koninkrijk een sweet soft Brexit deal zou geven.”

Bezorgdheid
Luyendijk besluit met bezorgdheid. “Het is extreem moeilijk om een scenario te vinden waarin Brexit goed afloopt. Miljoenen Britten hebben gestemd op een optie die nooit op het menu stond, namelijk wel de voordelen van de EU maar niet de verplichtingen. Hoe kun je recht doen aan de wil van de meerderheid wanneer die heeft gestemd voor iets dat politiek, juridisch en ook gewoon puur logisch onmogelijk valt te realiseren? Óf het Verenigd Koninkrijk krijgt de snoeiharde Brexit die de hardcore aanhangers en de tabloids eisen. Dat wordt een economische ramp van de eerste orde, waar Europa en de EU dan de schuld van krijgen (‘ze gunnen ons onze vrijheid niet’), óf Groot-Brittannië probeert alsnog de schade te beperken door zo dicht mogelijk bij de EU te blijven – met als gevolg dat de hardcore Brexiters ‘verraad!’ kunnen roepen en alle ellende die er nog steeds aankomt zullen afschuiven op de ‘volksverraders’ die het land niet helemaal van de EU hebben losgescheurd.”

Bron(nen):   Vrij Nederland