Groenten en
fruit staan in elke voorlichtingscampagne bovenaan de lijst van wat we meer zouden moeten eten. Maar tussen de schappen vol ‘natuurlijke’ producten schuilt een ongemakkelijke waarheid: niet elke groente- of fruitvariant past automatisch in het plaatje van onschuldig
gezond. Soms is het de bewerking, soms de portiegrootte, maar vaak is het vooral marketing die ons geruststelt.
Neem
vruchtensap. Puur sap klinkt als geperste gezondheid, maar voedingsdeskundigen plaatsen daar al jaren stevige kanttekeningen bij. Door het persen verdwijnen vezels, terwijl de natuurlijke suikers in geconcentreerde vorm achterblijven. Een glas sap van 200 tot 250 milliliter tikt al snel de 25 tot 30 gram suiker aan – vergelijkbaar met veel frisdranken. Het gevolg: snelle suikerpieken en extra calorieën die nauwelijks verzadigen.
Iets vergelijkbaars gebeurt bij gedroogd fruit. Het lijkt een slim alternatief voor snoep, maar doordat bijna al het water is verdwenen, bevatten rozijnen, dadels en gedroogde abrikozen per hap veel meer suiker en calorieën dan hun verse tegenhangers. Klein, zoet en ogenschijnlijk onschuldig – maar precies daardoor eet je ongemerkt te veel.
- Aardappelen
- Aubergine
- Mais
- IJsbergsla
- Druiven
- Kersen
- Kokosnoot (kokos, kokosmelk, kokosolie)
- Gedroogde vruchten
- Vruchtensap
- Groentechips
Ook vet speelt een rol in het wankele imago van ‘gezonde’ producten. Kokos(olie) wordt vaak gepresenteerd als hip superfood, terwijl het voor meer dan 85 procent uit verzadigd vet bestaat en het LDL-cholesterol kan verhogen. En wie denkt goed bezig te zijn met groentechips, vergeet dat de meeste varianten in de frituur verdwijnen en qua vet- en zoutgehalte dicht in de buurt komen van gewone chips.
Zelfs klassieke ‘gezonde’ keuzes als aardappelen, maïs of ijsbergsla blijken minder ideaal dan gedacht wanneer ze worden ontdaan van schil, in olie worden ondergedompeld of vooral volume zonder voedingsstoffen leveren. De rode draad: context en bereiding zijn minstens zo belangrijk als het etiket ‘groente’ of ‘fruit’.
Daarmee wordt de vraag minder: “Is dit groente of fruit?” en meer: “In welke vorm, hoeveel en hoe vaak?” Wie zich niet laat sussen door groene verpakkingen, maar kritisch naar suiker, vet en vezels kijkt, eet uiteindelijk gezonder – ook als dat betekent dat je soms gewoon voor een saaie appel kiest in plaats van een ‘verantwoord’ snackalternatief.