Belg 66, Duitser 67, jij straks 67 en 3 maanden: wie mag het eerst stoppen met werken?

Samenleving
Rijbewijsnl-1
In ons stuk 'Zoveel staatspensioen krijgen een Belg, een Duitser en jij per maand' ging het over de bedragen. Dan blijft de vraag over wanneer je mag stoppen. Op papier is de Belg als eerste klaar. Jij zit vanaf 2028 op 67 jaar en 3 maanden.
In alle drie de landen wordt eerder stoppen duurder. Alleen in Nederland kan het staatspensioen helemaal niet eerder ingaan.

Zo verschilt de leeftijd per land

Volgens de Rijksoverheid ligt de AOW-leeftijd in 2026 en 2027 op 67 jaar. Van 2028 tot en met 2031 is dat 67 jaar en 3 maanden. Ben je geboren tussen 1 januari 1961 en 30 september 1964, dan is 67 jaar en 3 maanden jouw AOW-leeftijd. Ben je op of na 1 oktober 1964 geboren, dan ligt je AOW-leeftijd nog niet vast.
In België is de wettelijke pensioenleeftijd volgens Nieuws365 nu 66 jaar voor wie tussen 1960 en 1963 is geboren, en 67 jaar voor wie in 1964 of later is geboren. In Duitsland gaat de Regelaltersgrenze tot 2031 stap voor stap naar 67 jaar. Wie in 1964 is geboren, is de eerste jaargang waarvoor die grens volledig geldt.

Drie jaargenoten uit 1963

  • Belg: pensioen op 66 jaar
  • Duitser: pensioen op 66 jaar en 10 maanden
  • Nederlander: AOW op 67 jaar en 3 maanden
Van de drie jaargenoten uit 1963 stopt de Nederlander dus als laatste, ruim een jaar na de Belg.

Duitsland wil dezelfde rekensom als Nederland

Een Duitse rentecommissie heeft op 23 juni 2026 haar voorstellen aan de regering aangeboden. Een van die voorstellen: de pensioenleeftijd na 2031 koppelen aan de levensverwachting, in een verhouding van 2 op 1. Leeft men gemiddeld een jaar langer, dan werkt men acht maanden langer en krijgt men vier maanden langer pensioen. Volgens Haufe stijgt de grens daardoor tussen 2031 en 2041 van 67 naar 67,5 jaar.
In Nederland werkt het al zo: een langere levensverwachting telt voor twee derde mee in de AOW-leeftijd, met een maximum van één jaar per vijf jaar. Het Duitse ministerie van Arbeid kiest in zijn concept wel een later startpunt. Volgens de Duitse sites Rentenfahrplan Plus en Bürger-Geld geldt de koppeling pas voor mensen die na 31 december 1967 zijn geboren. Voor de jaargangen 1964 tot en met 1967 blijft het dan 67. Het voorstel is nog geen wet: de coalitie wil het pakket eind 2026 aangenomen hebben.

Een Belg betaalt vanaf 2027 een malus

Een Belg kan nog altijd vervroegd met pensioen, bijvoorbeeld op 63 jaar met 42 loopbaanjaren. Vanaf 2027 komt er wel een pensioenmalus bij voor wie niet genoeg heeft gewerkt. Om die malus te ontlopen, heb je volgens vakbond ACV 35 loopbaanjaren nodig met telkens minstens 156 gewerkte dagen, plus in totaal 7.020 gewerkte dagen. Hoe hoog de malus is, hangt af van je geboortejaar:
  • Geboren in 1960 of eerder: geen malus
  • 1961 tot en met 1965: 2 procent per jaar dat je eerder stopt
  • 1966 tot en met 1974: 4 procent per jaar
  • 1975 of later: 5 procent per jaar
De korting blijft voor altijd staan. Mancho rekende een voorbeeld door: wie vier jaar eerder stopt bij 5 procent per jaar, krijgt 20 procent minder. Een brutopensioen van 1.800 euro wordt dan 1.440 euro per maand. Kon je al vóór 1 februari 2027 met vervroegd pensioen, dan geldt de malus niet voor jou, ook als je langer blijft werken.

Een Duitser levert 0,3 procent per maand in

Een Duitser met 35 verzekerde jaren kan vanaf zijn 63e met pensioen. Zijn pensioen wordt dan wel levenslang 0,3 procent lager voor elke maand die hij eerder stopt. Voor wie in 1964 of later is geboren, komt dat neer op maximaal 14,4 procent. Bij de jaargenoot uit 1963 gaat het om 46 maanden en dus 13,8 procent. Met 45 jaar premie kan iemand uit jaargang 1964 of later zonder korting stoppen op zijn 65e.
Dat gaat veranderen als het conceptvoorstel wet wordt. Het kortingsvrije pensioen na 45 jaar verdwijnt dan voor jongere jaargangen. Wie 35 jaar heeft gewerkt en voor wie 67 de pensioenleeftijd is, kan dan pas op zijn 64e stoppen, met een korting van 10,8 procent.

Jouw AOW komt nooit eerder

Je AOW kun je niet eerder laten ingaan, schrijft de Consumentenbond. Je pensioen van je werkgever kan dat bij veel regelingen wel, tot ongeveer tien jaar eerder. Reken dan op een uitkering die per jaar zo'n 5 tot 7 procent lager uitvalt. Stop je als alleenstaande twee jaar eerder, dan moet je volgens De Dagelijkse Standaard €39.891,84 bruto aan AOW zelf overbruggen. Van de werknemers die in 2025 met pensioen gingen, stopte 40 procent vóór de 67. In 2024 was dat nog 46 procent.
Doe je zwaar werk en staat de regeling in je cao, dan kan de RVU uitkomst bieden. Je stopt dan maximaal drie jaar voor je AOW-leeftijd en je werkgever betaalt je een uitkering. Volgens de Rijksoverheid is tot €2.357 bruto per maand (2026) vrijgesteld van extra heffing. Netto is dat ongeveer evenveel als de AOW. Sinds 1 januari 2026 mag de werkgever daar maximaal €300 bruto per maand bovenop doen voor mensen met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen.

Wat de vergelijking niet zegt

Een Belg of Duitser die eerder stopt, krijgt de rest van zijn leven minder staatspensioen. Jij houdt je volledige AOW, maar moet de jaren tot je AOW-datum zelf betalen. Stop je eerder, dan betaal je dat meestal met je eigen pensioen of spaargeld. Wil je weten wat jouw AOW-datum is? Vul je geboortedatum in op de site van de SVB. Belgen kunnen op MyPension.be hun malusteller bekijken.
loading

Loading