Martine Bijl over haar ziekte: “Achter mijn ogen knapte een ballonnetje. In de verte riep Berend mijn naam.”

Tot nu toe liet Martine Bijl heel weinig los over de zware hersenbloeding die haar trof. Nu schrijft ze in haar nieuwe boek kort over wat haar overkomen is. “Ik kreeg een beetje hoofdpijn. Achter mijn ogen knapte een ballonnetje. In de verte riep Berend (haar man) mijn naam.”

De eerste keer dat ze thuiskwam om te zien waar handgrepen moesten komen herkende ze haar eigen huis niet. “Ik had niets herkend. Ik durfde niks te zeggen, iedereen was zo blij voor me. Ik had het gevoel dat ik faalde.”

Ze brak tijdens haar revalidatie nog een heup en verkeerde enkele dagen in een waan. Ze beschrijft: “Berend lag in een bed naast mij, omdat ik er steeds uit wilde kruipen en me door niemand anders liet tegenhouden. Het bed kronkelde zich gifgroen om hem heen en hield hem vast, het kwam regelrecht uit een Harry Potterfilm. Boven mijn hoofd smolten de lampen en dropen op de ­lakens.”

Toen ze na vijf maanden definitief thuiskwam, herkende ze haar huis wel. “Ik hing mijn jas aan de kapstok en huilend van opluchting, schaamte en zelfmedelijden plantte ik mijn dampende overwinningsvlag in de kokosmat, op nog geen twintig centimeter van Berend zijn schoenen. Ik was weer thuis.”

Bron(nen):   AD