Nederland eert eindelijk Hans Keilson (101)

Stel je voor: je bent net in Duitsland afgestudeerd als arts en moet vervolgens voor de nazi’s naar Nederland vluchten. Omdat hier je diploma’s niet erkend worden, moet je je opleiding overdoen. In de jaren daarna werk je als arts en psychiater, voornamelijk met oorlogsslachtoffers. Het levert je vele onderscheidingen op, voornamelijk in Duitsland. Ondertussen schrijf je een aantal briljante romans. In Nederland blijf je al die tijd vrijwel volledig onbekend. 

En dan, je bent inmiddels honderd jaar oud, verschijnt er nota bene in de New York Times een juichende recensie van twee van je romans die er in Engelse vertaling zijn verschenen. Het is dan 2010. Het ene boek (Komödie in Moll) heb je  al in 1947 gepubliceerd en het andere (Der Tod des Widersachers of In de ban van de Tegenstander) in 1959. En, zoals Henk Steenhuis het twee dagen later op Welingelichte Kringen verwoordt: ‘…wie weet wat een dergelijk lovend stuk teweegbrengt.’ Met een omweg in de VS, waar ze je werk al sinds de jaren zestig weten te waarderen, komt dan alsnog de erkenning in Nederland op gang.

Het moet voor Dr. Hans Keilson (want zo heet de goede man) een vreemde gewaarwording zijn nu ineens gevraagd te worden voor interviews (in o.a. de NRC en De Wereld Draait Door) en in de landelijke pers uitgebreid recenseerd en geportretteerd te worden. De SLAA doet er op 1 december a.s. nog een schepje bovenop en kondigt een ‘feestelijke avond’ aan rondom Keilson, voor zover dat mogelijk is met thema’s als de Holocaust, traumaverwerking en ballingschap.

In Leven na Anne Frank (2010) beschrijft Berthe Meijer hoe ze na de oorlog op achtjarige en daarna op negenentwintigjarige leeftijd bij Dr. Keilson terecht komt. Hij helpt haar de traumatische ervaringen van concentratiekamp Bergen Belsen te verwerken: "Deze man heeft in mijn leven een cruciale rol gespeeld." (p. 69) Tijdens vier jaar intensieve therapie leert ze dat overleven niet hetzelfde is als leven. Berthe Meijer zal op 1 december ook aanwezig zijn.

Bron(nen):   SLAA  New York Times  Welingelichte Kringen