De volgende kredietcrisis is in de maak

 Om kredietverstrekking vlot te trekken hebben banken  een gevaarlijk trucje bedacht: een lagere marktwaardering vanwege de crisis hoeft niet in de boeken verwerkt te worden. Daardoor lijken banken rijker en mogen zij meer geld uitlenen. Maar het werkt eerder een nieuwe kredietcrisis in de hand, schrijft de Tilburgse hooglereraar Jan Bouwens vandaag in NRC Handelsblad.

De international accounting standard board (IASB) heeft voorgesteld om banken toe te staan uitstaande leningen te waarderen tegen de door het management verwachte opbrengst: de indirecte opbrengstwaarde.

Tot voor kort schreef de regel voor dat deze op basis van marktwaarde werden gewaardeerd waardoor bij een lagere marktwaardering enorme afboekingen op deze bezittingen moesten worden doorgevoerd. Behalve dat deze afschrijvingen de banken tot verliesrapportering noopten, was het effect dat de betrokken banken hun uitleencapaciteit zagen krimpen. Immers, banken mogen geld uitlenen naarmate zij over een groter eigen vermogen beschikken. De verliezen op hypotheken raken het eigen vermogen rechtstreeks en daarmee de leencapaciteit van banken. Dus hebben banken en overheden een monsterverbond gesloten om de kredietverstrekking vlot te trekken.

De aanpassing komt erop neer dat de lagere marktwaardering niet in de boeken verwerkt hoeft te worden. Hierdoor lijkt de bank rijker te zijn dan de markt signaleert. De aanpassing vormt dan ook eerder het zaad voor de volgende kredietcrisis dan dat het de positie van het banksysteem bevordert.

Bron(nen):   NRC Handelsblad