Auto’s moeten anders

Wereldwijd zijn overheden dit jaar de auto-industrie te hulp geschoten met subsidies. General Motors ontving 50 miljard dollar, wist delen van het bedrijf af te stoten en verijdelde zo de definitieve ondergang. Ook Chrysler bleef dankzij 7 miljard dollar subsidie in het land der levenden en Opel is nog steeds open dankzij een kleine 5 miljard van de Duitse overheid.
Dat zal dan ook de reden zijn, zo schrijft The Economist, dat de afgelopen 12 maanden niet 1 autofabriek het loodje legde. En dat terwijl in Europa én in de Verenigde Staten komend jaar opnieuw een overcapaciteit wordt verwacht van – in beide gevallen – miljoenen auto’s.
Behalve overcapaciteit is er nog een tweede structureel probleem dat aan de auto-industrie kleeft: de vraag naar kleine en weinig benzine slurpende wagentjes. Zeker voor de Duitse producenten van ‘premium cars’ is dat slecht nieuws. Consumenten hebben zo langzamerhand andere voorkeuren gekregen en dat vraagt het om grote koerswijzigingen in de strategie.
Dan maar kleine auto’s maken? Maar kleine auto’s betekent ook kleine winstmarges. Dus terwijl er veel geld verdwijnt in onderzoek naar zuinige motoren en ontwerp van kleine auto’s, is de uitkomst dat de winsten zullen slinken.
Veel subsidie, te grote auto’s, economische tegenwind; de auto-industrie is nog ver verwijderd van een zorgeloze toekomst.

Bron(nen):   The Economist