Crisisdreiging rond ouzo-euro neemt toe

Eerst de ingrediënten: Griekenland leeft al jaren op te grote voet, heeft op grote schaal met cijfers gesjoemeld en kampt daarnaast met corruptie en interne onrust. Hierdoor en als gevolg van de kredietcrisis zijn de overheidstekorten opgelopen tot 12,7 procent van het bruto nationaal product. Volgens het stabiliteits-en groeipact, dat bij de introductie van de euro werd afgesloten om de stabiliteit van de munt te garanderen, zou dat tekort maximaal 3 procent van het BNP mogen zijn. 
Hoewel vrijwel geen enkel EU-land zich door de crisis meer aan dat pact houdt, zijn de overheidsfinanciën in Griekenland wel heel erg uit het lood geslagen. De financiële markten hebben het vertrouwen verloren dat Griekenland vanaf 2011 weer orde op zaken heeft gesteld.
Het komende half jaar wordt beslissend. Griekenland moet lenen tegen steeds hogere rente en dat kan er voor zorgen dat het probleem daardoor alleen al onoplosbaar wordt.
Dan zijn er de rijke Grieken: als die hun tegoeden naar buitenlandse banken overbrengen is dat kapitaal uit met de Griekse economie. En de buitenlandse banken. Vooral de Duitse banken hebben grote Griekse belangen. En wat goed is voor Griekenland en Europa hoeft niet goed te zijn voor een individuele bank.
De euro zakt dagelijks verder weg (nog 1,39). Als Griekenland wegglijdt, zouden Portugal en Spanje dat ook kunnen doen. Het worden spannende weken en maanden.

Bron(nen):   The Wall Street Journal  de Volkskrant  BusinessWeek