Voor het eerst aangetoond: ADHD zit in je genen

Over ADHD is veel discussie, want krijgen kinderen niet te snel de diagnose en waarom komt het nu zoveel meer voor dan vroeger? Wetenschappers werpen nieuw licht op de zaak. Ze hebben nu toch weten aan te tonen dat de aandachtsstoornis een genetische oorzaak heeft.

Op twaalf plaatsen in het DNA zijn genen gevonden die een rol spelen bij de ontwikkeling van ADHD, een afkorting voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. “Het is echt een belangrijke stap”, zegt Barbara Franke, hoogleraar Moleculaire Psychiatrie van het Radboudumc, tegen RTL Nieuws. “We wisten al dat ADHD sterk erfelijk bepaald is, nu hebben we de eerste genetische variaties aangetoond die aan de grondslag liggen van deze erfelijkheid.”

Het internationale team van wetenschappers heeft bloed of speeksel van 20.000 mensen met ADHD onderzocht. Ze vergeleken het DNA met 35.000 mensen zonder de aandoening. “We hebben op 12 plekken in het DNA genetische variaties gevonden die van invloed zijn op het ontstaan van ADHD.”

“De omvang van dit onderzoek is vernieuwend”, stelt professor Sarah Durston van het UMC Utrecht. “Alle andere onderzoeken hebben de statische correctie niet overleefd. Dit onderzoek vanwege de grote aantallen wel.” Toch heeft ze ook kritiek. “Het verschil in genen is alleen zo klein dat het op dit moment geen klinische relevantie heeft.”

Verschillen
Of een kind ADHD ontwikkelt zal altijd een samenspel zijn van genetische- en omgevingsfactoren. Dat wordt wel duidelijk als je bijvoorbeeld weet dat de concentratiestoornis in de VS veel vaker voorkomt dan in Frankrijk. Een onderzoek liet onlangs zelfs zien dat er grote verschillen zijn tussen Amerikaanse staten en dat kinderen die in de VS in augustus worden geboren veel vaker ADHD hebben dan kinderen die in september ter wereld komen. Dat zou te maken hebben met het moment waarop kinderen naar school gaan en in hoeverre ze daar klaar voor zijn.

Bron(nen):   RTL Nieuws