Waarom zoveel mensen beweren dat ze een voedselallergie hebben

Mensen die dénken dat ze allergisch zijn voor bepaalde soorten voedsel. Daarvan zijn er steeds meer in Nederland. Ze laten zich niet controleren bij een arts, maar trekken zelf hun conclusies. Dat is jammer en onnodig.

Twaalf procent van de Nederlanders zegt een voedselallergie te hebben. In werkelijkheid gaat het om slechts vier procent, blijkt uit een enquête onder zo’n 80 duizend Nederlanders, onderdeel van het promotieonderzoek van Dorien Westerlaken. De rest heeft bijvoorbeeld na een beetje buikpijn zelf de diagnose gesteld dat het wel moet komen door dat glas melk wat ze hebben gedronken.

Ze hebben vaak klachten als acne, hoofdpijn, buikpijn, een opgeblazen gevoel of winderigheid. Wie enkel van een van deze symptomen last heeft, heeft zelden een voedselallergie. Ook ongemakken die pas na een dag verschijnen, zijn meestal geen allergische reactie. Verder zeggen sommigen allergisch te zijn voor bijvoorbeeld ijs, E-nummers of suiker. “Voor sommige producten kun je best een allergie hebben, maar als je dit product als enige noemt, is dat opmerkelijk. Je bent niet allergisch voor ijs, maar voor melk”, legt Westerlaken uit in de Volkskrant.

Ze vindt het kwalijk dat mensen ten onrechte denken allergisch te zijn. Niet alleen worden mensen met een echte allergie minder serieus genomen. Ook maken ze het zichzelf nodeloos moeilijk door allerlei voedingsmiddelen te schrappen. Toch begrijpt Westerlaken wel dat veel Nederlanders denken allergisch te zijn: “Ik denk dat het grootste probleem onwetendheid is en iets wat we recall bias noemen. Mensen proberen bij een kwaaltje een oorzaak aan te wijzen door terug te redeneren: wat heb ik gedaan, wat heb ik gegeten?”

Ze raadt mensen aan om altijd een arts te raadplegen als ze vermoeden een allergie te hebben. Die kan testen of het ook echt zo is of onderzoeken wat er echt aan de hand is.

Bron(nen):   De Volkskrant