Mecenas wordt niet meer gedeballoteerd

Je kunt van alles verzinnen waarom kunst moet worden gesubsidieerd, maar uiteindelijk is er in mijn ogen maar één werkelijk valide argument: het zou de staat een eer moeten zijn.

Lang geleden, rond 1985, heb ik eens geluncht met Freddy Heineken. Heineken was een aardige en ook een heel rijke man. Buiten stonden twee Amerikaanse sleeën, in die standgroene kleur van zijn biermerk. Bodyguards waren steeds in de buurt, wat dat betreft was Heineken er vroeg bij. Halverwege de lunch werd Heineken aan de lijn geroepen. Een paar minuten later kwam hij terug, met de stoom uit zijn oren.
 
Kapitein
Onder de belofte dat ik het tenminste 25 jaar voor me zou houden, vertelde Heineken dat hij zojuist was gebeld door de kapitein van zijn jacht. Dat lag ergens aan een kade in de Méditerranée. Er was een gast aan boord: een zéér Hooggeplaatst Persoon van Koninklijke Bloede, om met Gerard Reve te spreken. Deze hooggeplaatste persoon had de kapitein om geld gevraagd, aangezien deze hooggeplaatste persoon wilde gaan winkelen in de stad. De kapitein had toestemming gevraagd het geld uit de kluis te halen, aangezien het hier toch wel om een bedrag ging met ettelijke nullen.

Lees verder in de Volkskrant.

Bron(nen):   de Volkskrant