Vrouwen die spijt hebben dat ze moeder zijn

De Israëlische socioloog Orna Donath sprak met vrouwen die eigenlijk geen kinderen zouden willen hebben, maar ze wel hebben. NRC sprak met haar.

Volgens Donath valt de relatie die de vrouwen hebben die spijt hebben te vergelijken met de emoties die je kunt hebben voor je ex-partner.

"Het is net als wanneer je gaat scheiden na een jarenlange relatie. Ook dan kun je nog van die persoon blijven houden, maar niet meer in de rol als partner. De vrouwen die ik interviewde, vinden hun kinderen meestal slimme, grappige, aardige mensen, maar tegelijkertijd hekelen ze de relatie die ze met hen hebben. Ze hadden liever gehad dat iemand anders hun moeder was geweest."

Citaten van moeders met spijt:

"Ik ben een moeder voor wie haar kinderen belangrijk zijn, ik hou van ze, ik lees boeken, ik vraag professioneel advies, ik probeer mijn best te doen om ze een betere opvoeding en veel warmte en liefde te geven. (…) Maar intussen haat ik het om moeder te zijn. Ik haat deze rol, ik haat het degene te zijn die grenzen moet stellen, die moet straffen. Ik haat het gebrek aan vrijheid, het gebrek aan spontaniteit. Het feit dat het beperkingen oplegt, dát is het…”

Sophia, moeder van twee kinderen tussen de 1 en 5

"Kijk, het is ingewikkeld (…) Ik heb spijt dat ik kinderen heb gekregen en moeder ben geworden, maar ik hou van de kinderen die ik heb. Dus nee, het is niet echt uit te leggen. Want als ik spijt van de kinderen had, zou ik ook niet willen dat ze er waren. Maar ik wil niet dat ze er niet zijn, ik wil gewoon geen moeder zijn.”

Charlotte, moeder van twee kinderen, een tussen de 10 en 15 en een tussen de 15 en 20.

"Toen ik het [haar spijt] in mijn naïviteit aan de verpleegkundige op het kinderdagverblijf vertelde, stuurde ze een maatschappelijk werker op me af die dreigde mijn kind weg te halen en me verplichtte een halfjaar lang naar haar te komen om ‘mijn ouderlijk functioneren te onderzoeken’. Het is dus belangrijk dat onderzoek zoals dat van jou ons een stem geeft en vrouwen in staat stelt hun negatieve gedachten en emoties te uiten (…) zonder dat we worden zwartgemaakt of gedemoniseerd.”

Bron(nen):   NRC