In memoriam, de pornopionier

In Angelsaksische kranten worden dagelijks markante doden herdacht en ook de sjieke kranten draaien daarbij hun hand niet om voor vertegenwoordigers van de lage cultuur. Zo gedenkt The New York Times vandaag Joseph W. Sarno, regisseur van seksfilms die de eer toekomt dat hij het pad voor menig collega heeft geeffend. De krant noemt hem zelfs een ´cult director´en verwijst daarbij naar meesterwerkjes als ´Sin in the Suburbs´ en ´Moonlighting Wives,´ films die het erotische genre tot leven brachten en meehielpen het taboe van de seksfilm te slechten. Sarno, geboren in 1921, ging een stap verder dan wat eind jaren 50 een soort van nudistenfilms waren. Hij filmde verhalen die onmiskenbaar een erotische lading hadden en waarin de kijker doorgaans een glimp van naakte lichamen kon opvangen, al vonden de echte seksuele ontmoetingen tussen man en vrouw veiligheidshalve buiten beeld plaats. Behalve dat hem artistieke gaven worden toegeschreven, wordt hij ook gezien als een pionier die de grond bouwrijp heeft gemaakt voor de seksuele revolutie van de jaren 60 van de vorige eeuw. Hij leerde het vak bij de marine waarvoor hij kort na de Tweede Wereldoorlog tientallen trainingsfilms maakte. Eenmaal werkzaam in het erotische genre, schreef hij 75 scripts voor 35 millimeterfilms die hij in 15 jaar tijds maakte. Vertoond in obscure theaters. Met ´Sin in the Suburbs´ in 1963 waarin hij het liefdesleven van de bewoners van de voorstad in kaart bracht, kwam zijn doorbraak. Zelf wist Sarno maar al te goed was het geheim van zijn succes was. `Ik was veel meer geïnteresseerd in psychologie en karaktertekening dan de meeste andere filmers,´ zo beweerde hij later. In de jaren 70, de tijden waren inmiddels veranderd, draaide hij zijn hand niet om voor het meer harde werk. Zo is hij de filmer van Deep Throat II, the sequel van het beroemde Deep Throat, en werkte hij met de grootste sterren van wat inmiddels een heuse industrie was geworden. Nog tijdens zijn leven maakte Sarno mee dat hij werd geprezen om zijn filmkunsten en het kwam meer dan eens voor dat er heuse retrospectieven van zijn oeuvre zijn vertoond.

Bron(nen):   The New York Times