Honduras: Zelaya verdient onze steun niet

De verdrijving van president Manuel Zelaya is internationaal veroordeeld met een ongekende eensgezindheid, maar daarbij wordt een cruciaal aspect uit het oog verloren. Zelaya was namelijk hard op weg een dictator te worden naar het voorbeeld van Hugo Chavez van Venezuela. Het is dus helemaal niet zo gek dat het leger ingreep, zeker omdat het Hooggerechtshof achteraf heeft laten weten opdracht tot het ingrijpen te hebben gegeven.
Het is een ander en welkom geluid dat columniste Mary O’Grady laat horen horen in The Wall Street Journal. Zij betoogt dat Zelaya zelf een onmogelijke koers heeft gevaren en dat de ingreep van het leger noodzakelijk was. Zelaya hield immers vast aan een referendum over wijziging van de grondwet, terwijl het Hooggerechtshof zo’n referendum op goede gronden illegaal had verklaard. Hij dwong vervolgens het leger in een onmogelijk positie door medewerking van de militairen te eisen aan het illegale referendum.
Met het referendum had Zelaya duidelijk het doel om het succes van Hugo Chavez te kopieëren, die dankzij een grondwetswijziging kan aanblijven en aanblijven.
De ingreep van het leger in Honduras wordt gesteund door het parlement en het hooggerechtshof. Bovendien heeft het parlement laten weten dat de geplande verkiezingen van november gewoon doorgaan. De internationale gemeenschap moet zich dus dringend gaan afvragen of ze wel wil meewerken aan een terugkeer van Zelaya. "Dit is geen strijd tussen links en rechts," schrijft O’Grady. "Het gaat om het verdedigen van onafhankelijke instellingen die verhinderen dat presidenten zich ontwikkelen tot dictators."
In een commentaar, zie tweede link, betoogt The Wall Street Journal dat de regering-Obama er beter aan doet zijn terughoudende beleid ten opzichte van Iran ook toe te passen in het geval van Honduras. Door niet te kijken naar de werkelijkheid achter het ingrijpen van het leger dreigt de Amerikaanse regering Hugo Chavez in de kaart te spelen.
Foto: Hondurezen demonstreren tegen de terugkeer van Zelaya.

Bron(nen):   The Wall Street Journal  The Wall Street Journal