Ton Elias’ (VVD) eerste NRC column: ‘Waarom neemt de journalistiek zichzelf de maat niet?’

De eerste column van VVD-Kamerlid en oud-journalist Ton Elias is tevens een open brief aan de hoofdredactie van RTL Nieuws. Hij vraagt welke journalisten van RTL ooit zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit.

De deugd in het midden, vandaag. En dat voor iemand met een kerfstok. Want dat was ik vorige week ineens: een Kamerlid met een veroordeling.
Het was weliswaar een voorwaardelijke ontzegging, want de rechter vond dertig jaar terug mijn studentikoze stommiteit nu ook weer niet zo ernstig dat ik mijn rijbewijs moest inleveren, maar die nuance sneuvelde.
Ik ben voor de camera gaan staan en heb er verantwoording over afgelegd. Want het was stom en het blijft stom – ook dertig jaar later.
Wat het met mijn functioneren als Kamerlid nú te maken heeft, ontgaat me echter. RTL, en de rest in het kielzog, had toch ook kunnen kiezen om irrelevante pekelzonden niet en ernstige en recenter incidenten wel te melden? Ons mediaklimaat slaat op hol. Dat klemt temeer omdat de media zichzelf niet of amper controleren.
Stel: het hoofdbestuur van de VVD had na de verkiezingsnederlaag in 2006 een wijze man of vrouw gevraagd om een rapport. En stel nou eens dat in dat rapport een paar maanden later allerlei fouten van de campagneleiding jegens Rita Verdonk breed zouden zijn uitgemeten. Wat zou er gebeuren als dat hoofdbestuur wel een zelfgemaakte samenvatting zou publiceren, maar het rapport zelf niet zou vrijgeven?
Zou de journalistiek op zoek zijn gegaan naar het origineel? Uiteraard. Zou het gevonden en gepubliceerd worden? Waarschijnlijk. Zou het hoofdbestuur drie jaar later in een boek van een parlementair journalist worden opgehemeld, omdat de gevolgde aanpak van „bewonderenswaardige openheid” getuigde? Van z’n lang zal z’n leven niet.
Ik maakte deze fictieve vergelijking eerder al om aan te tonen dat de (parlementaire) journalistiek zichzelf de maat niet neemt. Die vaststelling is steeds minder een kwestie van onderlinge journalistieke mores en steeds meer een maatschappelijk probleem naarmate het belang van de rol van de pers in politieke besluitvormingsprocessen toeneemt.
En dat is het geval. Er is aantoonbaar minder feitelijke politieke verslaggeving dan tien, vijftien jaar geleden en er is steeds meer beeldvorming.
Journalisten letten steeds minder op de inhoud en bekommeren zich vooral om het wedstrijdelement. De berichtgeving komt vaak neer op een prognose, waarbij een paar debatfragmenten of een interview dienen als illustratiemateriaal bij de journalistiek vooraf reeds getrokken conclusie. Het valt allemaal gedocumenteerd te lezen in Wilt u niet aan mijn jasje trekken!, een interessant boek van Elsevier-journalist Eric Vrijsen, dit voorjaar verschenen.
Terug naar de vergelijking. Vlak voor de verkiezingen in 2006 bracht de Volkskrant een grote primeur. Nederlandse militairen zouden hebben gemarteld in Irak. VVD-minister Henk Kamp (Defensie) kwam in het defensief; Nederland stond internationaal meteen in het beklaagdenbankje.
De krant stelde een commissie in – en die maakte gehakt van zowel het verhaal als de manier waarop het tot stand kwam. Het rapport kreeg niemand te zien en de hoofdredactie publiceerde een samenvatting. Geen enkel ander medium ging achter het echte rapport aan, dat dan ook nergens verscheen. Vrijsen is heel eerlijk: „Onder journalisten geldt de ongeschreven regel dat je elkaar niet via de kolommen gaat zitten corrigeren. Als een collega een fout maakt, negeer je dat.” Het is deze gesloten kloosterorde die politici nu de maat neemt, desnoods die van dertig jaar terug.
Ook journalisten nemen gewichtige beslissingen. Het democratisch gat is dat niemand hen controleert. De enige instantie die dat kan (terecht in een vrije samenleving) is de journalistiek zelf – en die laat dat na.
Wandelgangen fluisteren dat sommige veroordelingen van parlementaire journalisten stevig zijn uitgevallen. Vandaar dat ik vandaag per open brief exact hetzelfde verzoek aan de hoofdredacteur van RTL Nieuws doe als hij aan ons deed: geef mij op wie van uw hoofd- en Haagse redactie ooit veroordeeld is wegens een strafbaar feit en/of een tuchtrechtelijke berisping of veroordeling. En als u weigert te antwoorden, wilt u dat dan motiveren.
Ik ben benieuwd naar het blazoen van onze zelfbenoemde scherprechters. Wordt vervolgd.