De wederopstanding van Mullah Omar

In het najaar van 2001 kon Mullaf Muhammad Omar achterop een brommertje nog net op tijd Afghanistan ontvluchten voor de inval van de Amerikanen. Het leek met hem gedaan, misschien letterlijk, maar zeker figuurlijk. Van zijn macht en invloed was spoedig niets meer over. Meisjes mochten weer naar school, de Boerka mocht uit en er werd weer gevliegerd boven Kabul. Omar hing nog op affiches "gezocht‘, maar verder ging het niet meer vaak over de slecht opgeleide eenogige leider van de Taliban.
Acht jaar later is hij nog altijd de inspirerende leider van de Taliban. Het voorbeeld en de bron van hoop. En hij is met zijn strijders aan de winnende hand. Hij is geen voetnoot in de geschiedenis geworden; hij is de pain in the ass van heel politiek Washington en Brussel.
"Het is een wonderlijk verhaal," zegt Bruce Riedel, ex-CIA, "hij kan amper lezen en schrijven, heeft in zijn leven misschien vijf niet-moslims gezien, maar hij laat wel een van de grootste come back’s zien in de moderne geschiedenis."
"Zijn aanhangers vereren hem en zijn bereid voor hem te sterven."
De dagelijkse beslissingen worden niet genomen door Omar maar door zijn entourage, vooraal door  Mullah Abdul Ghani Baradar. Maar Mullah staat fier aan de leiding van de  Rahbari Shura, het leidende orgaan van de Taliban. De Shura werkt als het poplitbureau van een communistische partij, het zet de grote lijnen uit. Er zijn maar ijf andere strijders die weten waar Omar is en op die manier hebben ze hem succesvol Amerikaanse eliminatie bespaard.
De Taliban zegt tegenwoordig dat ze graag af willen van hun banden met Al Qaida. Het lijkt, zegt The New York Times, dat ze uit zijn op een soort deal: wij breken met Al Qaida en jullie, de Amerikanen, de Navo, laten ons met rust. En daarmee zou de eenogige Mullah nog wel eens een eind kunnen komen.

 

Bron(nen):   The New York Times