Hoe China het internet censureert

Als je in China op Google de zoekterm “wortel” (in het Chinees huluobo) intypt, krijg je een leeg scherm terug. Dat komt niet doordat de Chinese Communistische Partij de wortel ziet als een potentieel staatsgevaarlijke groente, maar doordat het karakter voor de lettergreep ‘hu’ hetzelfde is als dat voor de achternaam van de Chinese president, Hu Jintao. En de computers die deel uitmaken van de ‘Grote Firewall’ onderscheppen alle vanuit het buitenland binnenkomende informatie en checken die op verboden woorden en webadressen. 
Dit is één voorbeeld van de manier waarop China het internetverkeer censureert. In een ander geval (bij het intypen van woord “Tianmen” bijvoorbeeld) krijg je wel een lijst met relevante websites, maar blijkt het onmogelijk naar sites te linken die iets vertellen over het bloedbad dat in 1989 op Tianmen Square werd aangericht. 
Soms gaat het dus met een redelijk botte bijl, maar steeds vaker wordt de censuur fijnmaziger en geavanceerder. Zo heeft de Chinese overheid bloggers in dienst, die als taak hebben de publieke opinie te beïnvloeden door positieve verhalen over de autoriteiten te schrijven als ergens de vlam in de pan dreigt te slaan. Ook sms-berichten worden tegenwoordig gencensureerd. 
Toch is het controleren van de elektronische activiteiten van honderden miljoenen mensen een welhaast onmogelijke taak. Steeds meer gebruikers nemen hun toevlucht tot technische middelen om de censuur te omzeilen. Daarom wordt die censuur in toenemende mate geautomatiseerd. Zo wordt bij veel gebruikers automatisch een programmaatje geïnstalleerd, dat hun communicatie filtert. 
“Of we op een goede manier met het internet kunnen omgaan, is een zaak die de ontwikkeling van de socialistische cultuur, de informatieveiligheid en de stabiliteit van de staat aangaat,” aldus president Hu in 2007.

Bron(nen):   The New York Times