Nederland heeft genoeg van bodemloze put en strijkstok

Bijna de helft van de Nederlanders vindt dat het overheidsbudget voor ontwikkelingshulp omlaag moet. het is een wonder dat het zo lang heeft geduurd. Al sinds twintig jaar verschijnt het ene na het andere rapport, waaruit blijkt dat heel veel van de hulp tot niets leidt. Noodhulp, gegeven aan mensen die dreigen dood te gaan, heeft (overigens ook beperkt) nut. Maar de strcuturele hulp heeft dat heel zelden. Niet eerder was zo’n groot deel van de bevolking die mening toegedaan dat het niet veel zin heeft. Dat blijkt uit onderzoek van de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO). Volgens cijfers  die De Volkskrant openbaart vindt 45 procent van de Nederlanders, net als  het nieuwe kabinet, dat het hulpbedrag verminderd moet worden. ‘Het percentage ligt een stuk hoger dan in voorgaande jaren. In 2009 was nog 34 procent voor vermindering’, aldus het bureau Motivaction, dat jaarlijks onderzoek doet namens de NCDO. ‘Men vindt dat eerst de economische situatie in eigen land op orde moet worden gebracht.’ 

‘Dit jaar hebben we voor het eerst gevraagd of mensen zichzelf zien als voor-of tegenstanders van ontwikkelingssamenwerking. 16 procent noemt zich tegenstander. Een substantiële groep. Maar net als vorig jaar is bijna driekwart van de bevolking actief op het gebied van internationale samenwerking.’ Daartoe rekent u ook mensen die een euro in een collectebus stoppen. ‘Mensen die een bijdrage leveren, doen dat in de meeste gevallen in de vorm van losse donaties (43 procent), het afstaan van goederen (37 procent) en het meedoen aan een loterij die goede doelen steunt (35 procent). Donateurs van particuliere hulporganisaties zijn in mijn ogen niet belangrijker dan mensen die geld geven aan een collectant. Er zijn verschillende manieren om uitdrukking te geven aan één gedachte: we hechten aan ontwikkelingssamenwerking.’