Gretta moest plassen in het openbaar vanwege de Palestijnen en op bevel van een Amsterdamse jood

In een emotioneel interview van afgelopen zaterdag in het Parool doet Gretta een boekje open over de discriminatie en de haat waar ze onder te lijden heeft. Citaat:

"Nee, ik daag niet uit om het uitdagen. Alleen, ik kan niet tegen machtsmisbruik en ik weiger deemoedig het hoofd te buigen als iemand mij of iemand anders vernedert. Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid. Dat heeft me laatst in een politiecel op de Prinsengracht doen belanden. Mijn dochter was opgepakt door een jong agentje op een mountainbike na een woordenwisseling over een file. Hij zei: ‘Hou je kop, tut’, waarop ze haar middelvinger opstak. Dat mag ze niet doen, maar het is geen reden om haar uit haar auto te trekken en en plein public af te voeren, met haar handen geboeid op de rug.

Ik werd zo kwaad. Ik heb mijn tas gepakt en ben naar het bureau gegaan. Toen ik niet wilde vertrekken zonder mijn dochter en mijn verontwaardiging uitte dat de agent achter de balie weigerde zijn naam te zeggen, ben ik onder mijn armen gepakt en meegesleurd naar de cel. Op zo’n lompe manier dat ik mijn schoenen verloor onderweg. Alles werd afgepakt: mijn horloge, mijn trouwring. En ik moest onder begeleiding naar de wc, met de deur open. Ik werd behandeld als een zware crimineel. Na vijf uur mocht ik weg. Pas toen kreeg ik de naam te horen van de balieagent. Te Pas; een Joodse naam."

U denkt echt dat dat iets met uw arrestatie te maken heeft?

"Ja, ik vrees het. Ik mag niet te snel oordelen, maar het zou goed kunnen. Ik had naar mijn gevoel niets misdaan. Hij herkende me waarschijnlijk. Mijn dochter en ik kregen allebei een boete van zevenhonderd euro. Maar goed, dat was niets in vergelijking met mijn arrestatie in Israël. Daar moest ik me helemaal ontkleden waar mannelijke soldaten bij waren. Onder schot. Ik kreeg een roze beha toegeworpen. Die moest ik maar zolang aantrekken terwijl ze mijn ondergoed bestudeerden. Ik heb de ambassadeur gebeld, Buitenlandse Zaken benaderd; niemand deed wat."