Waarom Amerika een gestoorde man als president koos

Om te begrijpen hoe Amerika een evident gestoorde man tot president kon verkiezen, moeten we niet alleen naar de politiek kijken maar ook naar de media, stelt  Joris Luyendijk in Knack. Die media dienen mensen te vertellen wat ze moeten horen, niet wat ze lekker vinden om te horen. Media worden in de neoliberale wereld gezien als een product als alle andere, als shampoo of tanks. Je hebt vraag en aanbod. “Voor neoliberale technocraten zijn politiek en media terreinen waar aanbieders met elkaar concurreren om marktaandeel – als ging het om shampoo, chocolade of matrassen. Berichtgeving richt zich vervolgens op de horse race, want dat is de goedkoopste en meest hapklare vorm van journalistiek: wie ligt er voor in de peilingen en hoe voelen we ons daarbij?”

Elders in het mooie stuk van Luyendijk (hier te lezen): “Ook de leugen als instrument voor politiek en verkiezingsoverwinningen is in Amerika al decennia de norm. Van het geënsceneerde ‘Tonkin-incident’ waarmee de escalatie van de Vietnamoorlog werd gerechtvaardigd en de onjuiste maar succesvolle lastercampagne van George W. Bush tegen John Kerry in 2004 tot de campagne van Fox News om Saddam Hoessein de aanslagen van elf september in de schoenen te schuiven. Een meerderheid van Amerikanen geloofde het, en begreep dus niets van het verzet tegen de Irakoorlog in Frankrijk of Duitsland. Die Irakoorlog legde weer de kiem voor de IS en de vluchtelingenstromen die nu Europa diep destabiliseren. Zo betalen wij in Europa de prijs voor de pathologie van Washington.”

Luyendijks conclusie voor Europa: “Twee besluiten kunnen Europese journalisten die geen Trump in hun land willen nu meteen nemen: we negeren voortaan de peilingen want die kloppen toch niet en dwingen ons tot horse race-journalistiek. En bij de verkiezingsdebatten vragen we voortaan aan de kandidaten: garandeert u dat uzelf en de ministers die u straks levert nadien nooit een baan zullen aannemen bij bedrijven waarover u in functie beslissingen neemt? Dat wordt nog mooie televisie.”