50 tips voor Amsterdamse obers (2)

1. Iedere tafel is jouw tafel, ook de tafel die niet jouw tafel is.
2. Breng alle voorgerechten tegelijkertijd. En alle hoofdgerechten en alle nagerechten.
3. Weet wat er op de kaart staat. Als er Texels lam van de Koog wordt aangeboden in gesuikerde bietjes uit Drenthe, weet dan iets van lam uit de Koog en bietjes (gesuikerd) uit Drenthe.
4. Laat gasten niet twee keer hetzelfde bestellen. Als iemand ratatouille besteld, zegt dan dat de zucchini die al is besteld daar spreken op lijkt.
5. Serveer geen ameuse zonder te vertellen wat er in zit: pinda olie kan dodelijk zijn.
6. Breng brood, zout en pepermolen zodra de maaltijd begint. Laat gasten er niet om moeten vragen
7. Ga niet achter iemand staan als je praat. Maak oogcontact
8. Vul niet steeds de glazen bij na iedere slok. Mensen worden nerveus van jou en ze zijn er voor hun lol.
9. Geef niet de keuken of de leverancier of wie dan ook ergens de schuld van. Herstel gewoon de fout.
10. Draaf niet rond de tafel alsof er brand is in de keuken of een medisch noodgeval (tenzij er brand is in de keuken) Zie verder de Times

Bron(nen):   The New York Times  De eerste vijftig tips