Hoe vrouwentennis mannentennis werd

Nog nooit hebben vrouwen zo hard tegen een tennisbal geslagen als tegenwoordig. Het vrouwentennis heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een ongekende krachtsport en het zijn enkel nog superatleten die de prijzen verdelen.
The New York Times dook voor het zondagse supplement in de wereld van het vrouwentennis en deed dat erg grondig. Het ‘mannentennis’ bij vrouwen is volgens de krant begonnen met Venus en Serena Williams. Die twee zijn behalve talentvol zo beresterk, dat degene die ze wil verslaan ook wel het krachthonk in moest om tot een excessieve spierontwikkeling te komen.
En zo geschiedde. De top-100 van vrouwen slaan tegenwoordig allemaal veel harder dan Billie Jean King, de legendarische tennisster van enkele tientallen jaren geleden. Ook lang geleden had je Martina Navratilova, een rijzige ster uit Tsjecho-Slowakije, maar destijds was dit genre grote sterke vrouwen een uitzondering. Ook iemand trouwens die – als ze nu zou tennissen – door alle andere dames van de baan zou worden geslagen. 
Geweldig goed kunnen verdedigen, de conditie om als het moet snel aan het net te staan, een ijzersterke tweede service, het is allemaal nodig om nu nog te winnen en zo raakte het vrouwentennis gevuld met krachtpatsers.
Het prijzengeld, de globalisering van het tennis, de kosten om van toernooi naar toernooi te reizen, alles komt aan de orde in dit grondige artikel dat doordrong tot achter de schermen van het toptennis. 
Slechts 1 vraag bleef onbeantwoord: is het vrouwentennis nog net zo leuk als vroeger nu vrouwen op mannen zijn gaan lijken?

Bron(nen):   The New York Times