Niemand is bang om te sterven

In de Frankfurter Allgemeine Zeitung komt een medicus aan het woord om uit te leggen wat motorrijders bezielt tijdens WK-wedstrijden zo met hun leven te spelen. 
Dr. Claudio Costa bevindt zich doorgaans op de racecircuits waar hij eerste hulp verleent aan coureurs die van hun motorfietsen vallen en zo langs de rand van de afgrond scheren. ‘Die Fahrer wissen, dass sie Schach spielen mit dem Tod,’ zegt Costa, en dat is een heerlijk gevoel. 
Sinds 1949 zijn bij de grote wedstrijden 49 renners verongelukt maar dat is blijkbaar voor niemand een reden ermee op te houden. Internet staat vol met filmpjes hoe ze bij snelheden van meer dan 200 kilometer van hun motor vallen, maar afschrikwekkend is dit allemaal niet. 
Twee weken geleden kwam tijdens een WK-race de Japanner Shoya Tomizawa om het leven en terwijl hulpverleners toesnelden, ging de wedstrijd gewoon door. Over zo’n voorval wordt heus wel nagesproken, maar de verdringing gaat pijlsnel te werk; de andere renners zitten in no time weer op hun motor en trekken de gashandel zo ver open als maar mogelijk is. 
Een van de redenen: de nodige wedstrijdrenners zijn pas 16 jaar oud. Op gesloten circuits geldt niet de regel dat je volwassen moet zijn en het zijn dikwijls deze kinderen die de show stelen op de internationale racebanen. 
Het gevoel van onsterfelijkheid kleeft in zekere zin aan eenieder die op een motor stapt. Want zonder deze eigenschap – of zo u wilt: afwijking – zou het immers goed denkbaar zijn dat iemand nooit meer op een motor wegspuit – laat staan dat hij gaat racen.

Bron(nen):   Frankfurter Allgemeine Zeitung