Dwaze Oma’s en DNA: het precaire onderzoek naar slachtoffers van de Argentijnse junta

De militaire junta van Videla liet destijds in Argentinië naar schatting dertigduizend politieke tegenstanders ‘verdwijnen’. Dat gebeurde tussen 1976 en 1983. Lang was het taboe te groot en de bescherming van oud-juntaleden te hardnekkig om onderzoek naar de verdwijningen te doen. Onder president Cristina Kirchner is daar verandering in gekomen. 

Na haar aantreden in 2007 werd er een nationale campagne gelanceerd om bij nabestaanden bloed af te nemen en zo DNA-onderzoek te kunnen doen. Er werden 63 ziekenhuizen beschikbaar gesteld en er werd onderzoek gedaan op begraafplaatsen en voormalige militaire gevangenissen. In december 2008 deed CNN verslag van de gruwelijke vondst van duizenden botfragmenten die, voor zover mogelijk, nu op DNA worden onderzocht. Le Monde bericht vandaag dat op deze manier al 350 slachtoffers zijn geïdentificeerd. Dat lijkt weinig, maar het betekent een verdubbeling van het aantal vondsten in vergelijking met de decennia daarvoor. Ook de medewerking die de overheid verleent aan de EAAF, het onafhankelijk instituut voor forensisch onderzoek, kenmerkt de openheid en mentaliteitsverandering die sinds enkele jaren in Argentinië waar te nemen is. 

Overigens is een dergelijke berichtgeving in de belangrijkste krant van Argentinië, El Clarín, nog ver te zoeken. De eigenaresse van Clarín, Ernestina Noble, is sinds enkele jaren verwikkeld in een persoonlijke strijd met Kirchner. Dit heeft ongetwijfeld ook te maken met het feit dat Noble in de jaren zeventig zelf twee weeskinderen adopteerde van wie wordt vermoed dat hun ouders slachtoffers waren van het junta-bewind. Nadat een Dwaze Grootmoeder de kinderen meende herkennen, barstte er een juridische strijd los rondom de verplichte afname van hun dna-materiaal. Tot op heden is er geen match gevonden. 

Het zal nog lang duren voordat in Argentinië -letterlijk- de onderste steen boven is.

Bron(nen):   Le Monde  Clarín  CNN