Bij de FARC leer je wel heel goed Spaans spreken

Vandaag zendt De Wereldomroep de gehele reportage rond Tanja Nijmeijer uit, waarvan gisteren al delen werden vertoond. De beelden zijn afgelopen augustus gemaakt door Jorge Enrique Botero, de Colombiaanse journalist die al eerder onderzoek deed naar de FARC. 

Waar uit Tanja’s dagboeken, die in 2007 werden gevonden, vooral verveling en de eenzaamheid klonken, was er nu een vechtlustige en fanatieke FARC-strijdster te zien en te horen. Ze spreekt daarbij een Nederlands waarbij niet alleen nog een Twents accent is te horen (Nijmeijer is afkomstig uit Denekamp) maar ook een Spaans accent. Dat laatste is opvallend omdat ze wel in Nederlandse volzinnen spreekt. 

Als ze vervolgens tussen haar Nederlands door per ongeluk een Spaans woordje gebruikt (‘pues‘), begint Tanja even koket te giechelen. Het is de droom van iedere talenstudent: zo goed de vreemde taal spreken dat je dit soort vergissingen maakt en in staat bent die vreemde taal automatisch en foutloos te spreken. Dat ideaal (in de Parijse metro aangezien voor een Française, is er ook zo een) is vaak alleen te bereiken door je volledig in de vreemde taal en cultuur onder te dompelen. ‘Total immersion’ heet dat. Het zal niet Tanja’s belangrijkste beweegreden zijn geweest om zich bij de FARC aan te sluiten, maar feit is dat de voormalige studente Spaanse taal- en letterkunde daar in die jungle inmiddels fantastisch Spaans heeft leren spreken.

Bron(nen):   Wereldomroep