Wat klopt er niet aan CSI?

De populaire televisieserie Crime Scene Investigation geeft geen correct beeld van de forensische praktijk.

7 aspecten uit de serie die in het echt niet kunnen:

  1. Bewijs verzamelen in uitgaanstenue
    De CSI teams verschijnen in chique kleding en goed gekapt op de plaats delict. In het echt trekken onderzoekers een wit maanmannetjespak aan inclusief handschoenen en mondkap. De manier waarop een spoor is verzameld, is net zo belangrijk als de kwaliteit van het spoor zelf. Niets is zo frustrerend als een spoor dat terzijde wordt geschoven vanwege een vormfout.
  2. Het team wordt niet gehinderd door privacywetten
    De computer op het CSI-lab struint door bevolkingsbrede databanken met DNA-profielen, die in het echt beperkt zijn en geen foto’s bevatten. Forensisch artsen hebben schriftelijk toestemming nodig voor lichamelijk onderzoek, het maken van foto’s, toevoegen van conclusies aan het proces verbaal en het opvragen van medische informatie bij behandelend artsen. Het medisch dossier van de behandelend arts is doorgaans niet toegankelijk voor justitie vanwege de geheimhoudingsplicht.
  3. De dader is er gloeiend bij
    Dankzij de technieken en de scherpzinnigheid van het CSI-team is de dader er aan het eind van de uitzending gloeiend bij. In het echt wijzen forensisch onderzoekers geen schuldigen aan, maar verzamelen bewijs. Een zaak staat zelden als een huis; er zijn zaken die nooit worden opgelost. Zelfs bij goed sporenmateriaal kan de rechter de verdachte uiteindelijk vrijspreken.
  4. Het onderzoek is binnen het uur afgerond
    Het CSI-team zet alle zeilen bij en heeft binnen het uur de zaak opgelost. In het echt laten onderzoeksresultaten soms weken op zich wachten. Een rechtszitting dient op zijn vroegst pas na een halfjaar, dus meestal is er genoeg tijd voor het onderzoek.
  5. De hoofdrolspelers zijn van alle markten thuis
    De hoofdrolspelers in de 3 CSI-series werken meestal als speurder en onderzoeker tegelijk. Ze zoeken sporen op de plaats delict, zijn aanwezig bij secties, voeren forensisch-technisch onderzoek uit en ondervragen verdachten. Vooral dat laatste is in Nederland ondenkbaar, want ondervragen gebeurt door de tactisch rechercheurs. Werken buiten het deskundigengebied kan een zaak schaden. In het algemeen is forensisch onderzoek teamwork en geen heldendaad van één slimme inspecteur.
  6. Mooie lijken
    Aantrekkelijke actrices of acteurs liggen voor lijk op de plaats delict. In werkelijkheid maken lijkvlekken, maden, geuren en andere tekenen van verval een dood lichaam veel onplezieriger om naar te kijken. Desondanks is het belangrijk goed te kijken naar een lijk, en dat kan in Nederland een stuk beter. Artsen zijn vaak te weinig nauwkeurig in het vaststellen van de juiste doodsoorzaak, en de gemeentelijk lijkschouwer of forensisch arts worden te weinig geraadpleegd.
  7. Geen kantoorwerk voor de hoofdrolspeler
    De acteurs rennen, zitten in auto’s of spreken met collega’s of verdachten. In de praktijk schrijven forensisch onderzoekers overal een rapportage over. Ze zitten dus veel achter hun beeldscherm. Logisch dat ze dat in de serie niet laten zien: dat is niet spannend om naar te kijken. Een goed rapport is echter belangrijk voor de rechtsgang.

Ondanks de verschillen met de werkelijkheid, heeft de serie veel goeds opgeleverd voor het forensisch werk in Nederland, volgens het Nederlands Forensisch Instituut. De forensische techniek is populair geworden, ook al is die techniek in de serie wat sneller en is er meer mogelijk dan in het echt. Er zijn verschillende nieuwe forensische opleidingen gestart aan universiteiten en hogescholen.

Bron(nen):   Medisch Contact