Aanpak brievenbusfirma’s faalt: Nederland blijft belastingparadijs

De maatregelen die het demissionaire kabinet heeft genomen om belastingontwijking via brievenbusfirma's tegen te gaan, hebben nog niet geleid tot een duidelijke en blijvende afname van geldstromen naar landen met een mild belastingklimaat. Dat constateert een onderzoekscommissie onder leiding van topambtenaar Bernard ter Haar.

Buitenlandse bedrijven maken veel gebruik van gunstige wet- en regelgeving in ons land om over de winsten die zij elders behalen, zo min mogelijk belasting te betalen. Dat gebeurt via zogenoemde doorstroomvennootschappen. Die worden ook wel brievenbusfirma's genoemd, omdat zij in Nederland vaak weinig tot geen echte economische activiteiten hebben.

Reputatieschade
Deze brievenbusfirma's zijn goed voor een paar duizend banen en dragen jaarlijks een paar honderd miljoen aan belastingen af. Dat staat volgens de commissie niet in verhouding tot de gederfde belastingopbrengsten van andere landen, naar schatting zo'n 20 miljard, en de reputatieschade voor Nederland.

De overheid legde bedrijven die op deze manier hun belastingaanslag zo laag mogelijk houden tot voor kort "geen strobreed in de weg", zegt Ter Haar. Daar is de laatste jaren verandering in gekomen. Nederland heeft een aantal maatregelen genomen om minder aantrekkelijk te worden als vestigingsland voor doorstroomvennootschappen.

Maar dat betekent niet dat de geldstromen automatisch zullen opdrogen. "We zien in de cijfers nog niet echt dat Nederland een normaal land is geworden", aldus Ter Haar. Hij erkent dat nog niet van alle maatregelen de effecten al helemaal zichtbaar zijn. Maar Nederland zal volgens hem toch meer moeten doen om uitwassen tegen te gaan.

Sommige regels in eigen land kunnen nog wel wat strenger, maar Ter Haar denkt dat Nederland vooral in internationaal verband harder zijn best moet doen om tot stevige afspraken te komen. "Dan weet je ook echt zeker dat het echt minder wordt, en je de doorstroom niet alleen verlegt naar een ander land."