We luisteren allemaal anders naar een verhaal

Vroeger op school hoorden we al dat als 100 leerlingen een boek lezen, dit ook 100 verschillende boekverslagen oplevert. Door neuropsychologen Roel Willems en Annabel Nijhof van de Radboud Universiteit is nu door middel van hersenonderzoek aangetoond dat de breinactiviteit van proefpersonen inderdaad zeer van elkaar verschilt als zij luisteren naar dezelfde passages van een boek.

‘De’ lezer bestaat zogezegd niet. De één slaat tijdens het luisteren flink aan het visualiseren, de ander probeert te begrijpen wat de hoofdpersoon drijft of voelt. De onderzoekers waren zeer verrast door deze uitkomst. Roel Willems: “Ik dacht dat de 18 luisteraars ofwel op alles in de tekst zouden reageren ofwel op vrijwel niets. Maar het beeld is enorm gevarieerd.”

Inmiddels worden er tientallen extra proefpersonen onder de hersenscanner gelegd om te meten wat er in hun hoofd gebeurt. Alle proefpersonen luisteren naar fragmenten van Dooi van Rascha Peper. Het achterliggende doel is om erachter te komen welk type lezer iemand is, zodat het aanbod daar op aangepast kan worden. Willems: “Veel kinderen haken als lezer af als ze een paar keer een boek hebben geprobeerd waar ze niets aan vonden. Met behulp van ons onderzoek kunnen we slimme vragenlijstjes voor basisschoolkinderen maken om uit te zoeken wat voor type lezers ze zijn en aan welke boeken ze plezier gaan beleven. Dat is mijn droom.”

Het lezen van verhalen is belangrijk en lijkt bij te dragen aan onze emotionele en academische ontwikkeling. Ook het vermogen om ons in anderen te verplaatsen zou aangewakkerd worden. Organisatiepsycholoog Matthijs Bal vindt het onderzoek een ‘eerste stap om uit te zoeken wat fictie toch zo overtuigend maakt’. Zelf deed hij eerder al onderzoek naar empathie en fictie.

Bron(nen):   De Volkskrant