Willen mensen met een ‘voltooid leven’ wel echt dood?

Het klinkt logisch: mensen voor wie het leven ‘voltooid’ is hoeven niet langer te lijden en kunnen stervensbegeleiding krijgen. Maar hoe bepaal je of je leven voltooid is? Els van Wijngaarden noemt de term in de Volkskrant een te monter eufemisme en een miskenning van wat er werkelijk aan de hand is.

Ze is de enige ter wereld die onderzocht heeft wat wilsbekwame ouderen bedoelen als ze zeggen dat ‘het genoeg is’ of dat het ‘leven is voltooid’. Van Wijngaarden, die volgende maand op het onderwerp promoveert, interviewde 25 Nederlanders van gemiddeld 82 jaar oud uren lang en meerdere keren. De ondervraagden waren allemaal voor zelfbeschikking en hadden een actieve stervenswens.

Haar respondenten noemden de term ‘voltooid leven’ zelf vaak ‘te mooi’. Hun leven was al jaren gitzwart, aldus Van Wijngaarden. Ze voelden zich losgeraakt en vervreemd van de wereld. Ze vertelden over existentiële eenzaamheid, het gevoel er niet meer toe te doen, onvermogen zich nog te uiten zoals ze dat gewend waren. Ze waren moe van het leven, dat zo ontzettend saai was geworden. Ze waren bang voor afhankelijkheid.

Toch kon hun wens om hun leven te beëindigen nogal wisselend zijn. Ze leden echt en zagen de dood wel als enige uitweg, maar ze leden zeker niet dagelijks aan het leven. Er was zelfs bij niemand sprake van de ‘persisterende actieve doodswens’ waar het kabinet het nu over heeft. Er was wel iemand bij die echt dood zei te willen en er toch een nieuwe heup bij nam.

‘Die stervenswens,’ zegt Van Wijngaarden tegen de krant, ‘daarmee willen mensen vaak erger voorkomen.’ Het ondraaglijkst bleek het gevoel ‘er niet meer toe te doen’. Ze adviseert dan ook om te kijken hoe oude mensen langer het gevoel kunnen houden van nut voor anderen te zijn.

 

Bron(nen):   De Volkskrant