‘Pijnstillers grootste probleem in voetbal’

‘Pijnstillers zijn het grootste probleem in het voetbal’, zo waarschuwt Michel D’Hooghe in de Belgische krant Het Laatste Nieuws. ‘Niet doping, maar het misbruik van medicatie is de grootste complicatie in het voetbal’, aldus de voorzitter van FIFA’s medische commissie. Op het WK van 2006 in Duitsland lag het percentage van spelers, die pijnstillers gebruikten, op 29 procent en op het WK van 2010 in Zuid-Afrika was dat gestegen naar 35 procent.

Volgens D’Hooghe slikte op het WK onder 17 jaar van twee jaar terug in Mexico zelfs één op de vier spelers pijnstillers. De FIFA wijt het toenemende gebruik van pijnstillers puur aan de te overbeladen en overbelaste voetbalkalender. Een gemiddelde speler kan maximaal 60 wedstrijden per seizoen volbrengen, maar velen overschrijden dat aantal.

‘Pijn is een alarmsignaal van het lichaam. Wie dat signaal negeert, is ongezond bezig. We zijn ondertussen al zover gekomen dat spelers soms niet eens kunnen spelen zonder de pillen’, aldus de Belg. ‘De medicijnen zorgen ervoor dat je minder pijn ervaart op het veld, waardoor je dieper kan gaan. Maar eigenlijk maakt een voetballer de situatie alleen maar erger.’

Op het laatste WK was er zelfs een ploeg, zo onthult D’Hooghe, waarvan 21 van de 23 spelers medicatie nodig hadden. “Dat is zorgwekkend.’