Drank, romantiek en geweld: Olympische sporters moeten wel vaker naar huis

Weggestuurd worden uit het olympisch dorp vlak voor je een medaille kunt winnen, het moet een nachtmerrie zijn van menig topsporter. Maar wat Yuri van Gelder dit weekend overkwam is niet uniek. Alleen al bij de vorige Zomerspelen in Londen werden zeker 10 atleten op het vliegtuig naar huis gezet.

Zo werd de Vlaamse zwemster Fanny Lecluyse uitgesloten nadat ze een avond was gaan stappen en naar verluidt pas om 03.30 uur dronken in het olympisch dorp arriveerde. Haar landgenoot Gijs van Hoecke maakte het nog bonter. Hij werd naar huis gestuurd nadat hij voor het oog van de pers dronken een nachtclub werd uitgedragen.

De Australische roeier Josh Booth was op diezelfde Spelen zo teleurgesteld over zijn prestaties, dat hij in dronken toestand een paar ruiten kapot sloeg. Zijn lot? De schade vergoeden en per direct op het vliegtuig.

Maar alcohol is niet altijd de boosdoener. Booth’s landgenoten Nick D’Arcy en Kenrick Monk plaatsten een foto op Facebook waarbij ze poseerden met wapens. Na de zwemwedstrijden moesten ze om die reden het dorp verlaten.

Sprinter Kim Collins van Saint Kitts en Nevis besloot een nachtje in een hotel tegen zijn vrouw aan te kruipen. Collins overtrad daarmee de teamregels en werd zonder pardon weggestuurd.

Vier jaar eerder in Peking moest de Cubaan Ángel Valodia Matos eerder naar huis. Hij kon zich bij zijn potje taekwondo om de derde en vierde plaats niet beheersen: hij trapte een scheidsrechter in zijn gezicht.

Maar weggestuurde olympiërs zijn geen recent verschijnsel. Zo bereikte de Amerikaanse zwemster Eleanor Holm in 1936 niet eens het olympisch dorp. Holm pakte vanuit de Verenigde Staten de boot naar Europa. Maar ze zou nooit op de Spelen in Berlijn aankomen, omdat ze het volgens de Amerikaanse ploegleiding te bont had gemaakt tijdens de heenreis. Ze zou zichzelf bijna in coma hebben gedronken.

Bron(nen):   NOS