Goed nieuws: superverspreiders zijn belangrijker dan gedacht

Dit weekeind waren er een paar voorbeelden: een heel restaurant in Duitsland, een kerk in Frankfurt en een vleesfabriek in Groenlo. Alle drie veel besmettingen, alle drie vermoedelijk begonnen met een ‘superverspreider’. En dan is er natuurlijk de legendarische barman in Ischgl, die aan het begin staat van uitbraken in meerdere landen.

Omdat superverspreiders een belangrijke rol spelen in de epidemie, moeten we ons beeld bijstellen, schrijven zeven onderzoekers. Vergeet het beeld dat de meeste besmetten 2 à 3 anderen aansteken, opperen ze. Een klein aantal besmetten steekt een grote groep aan, terwijl een grote groep besmetten nauwelijks voor verdere besmettingen zorgt. Uit onderzoek van de besmettingen buiten China tot eind februari concludeert de London School of Hygiene & Tropical Medicine dat 80 procent van de besmettingen veroorzaakt wordt door 10 procent van de besmetten, schrijft De Standaard.

Dat is goed nieuws. ‘Het betekent dat er in het algemeen weinig transmissie is’, zegt Niel Hens, professor biostatistiek tegen De Standaard.

Als een groot deel van hen tegengehouden wordt, dooft de epidemie uit.

Ook een pluspunt: als superverspreiders belangrijker zijn, is het makkelijker om groepsimmuniteit te bereiken. ‘Als je een proportie van de superverspreiders er kan uithalen, verklein je ook de hoofdmoot van de transmissies’, legt Hens uit. Als we kunnen vaststellen wie een groot risico loopt om superverspreider te worden, zouden we hen ook eerst kunnen ­vaccineren.

Nu nog ontdekken hoe de een superverspreider wordt en de ander niet. Daar wordt wereldwijd druk naar gezocht.

Bron(nen):   De Standaard (€)