Na een abortus rijp voor de psychiater?

Dat wil de anti-abortusliga ons graag laten geloven, maar het blijkt niet waar te zijn. Deense onderzoekers hebben gegevens verzameld van een grote groep meisjes en vrouwen zonder psychiatrische voorgeschedenis: 84.620 ondergingen een eerste abortus en 280.930 kregen in diezelfde periode een eerste kind. Ze vergeleken de 9 maanden voorafgaand aan de abortus of de geboorte met de 12 maanden erna. Hun resultaten publiceerden ze in het New England Journal of Medicine (NEJM), een zeer presticieus medisch tijdschrift.

De kans dat de meisjes of vrouwen hulp zochten voor psychische problemen na de abortus was niet groter dan voorafgaand aan de abortus (circa 1,5%). Bij de vrouwen die een kind kregen was dat 0,4% voorafgaand aan de geboorte en 0,7% erna. Vrouwen die een abortus ondergingen, zochten dus wel vaker hulp voor psychische problemen dan de aanstaande en jonge moeders. Maar dit was ook al voor de abortus het geval. Het is mogelijk dat meisjes en vrouwen die niet lekker in hun vel zitten eerder kiezen voor een abortus of dat ze hulp zoeken bij het nemen van een beslissing over wel of niet kiezen voor een abortus.

Hoe het ook zij: het 'post-abortion traumatic stress syndrome' waar Amerikaanse actiegroepen voor waarschuwen lijkt zeer weinig voor te komen.

Bron(nen):   LA Times   NEJM  foto: Mutter - Rammstein