Euthanasie voor en na de Euthanasiewet

In 2002 werd de Euthanasiewet ingevoerd. Bij sommigen leefde toen de angst dat het aantal gevallen van euthanasie schrikbarend zou stijgen. Wat is daarvan uitgekomen?

Veranderingen in het aantal en de redenen voor verzoeken tot euthanasie bij de Nederlandse huisarts werden onderzoek van 5 jaar vóór (1998-2002) tot 5 jaar na (2003-2007) de invoering van de Euthanasiewet. Aan het onderzoek namen 45 huisartsenpraktijken deel. Deze steekproef is landelijk representatief wat betreft leeftijd, geslacht, geografische verdeling en bevolkingsdichtheid. Het gemiddelde aantal euthanasieverzoeken per jaar vóór invoering van de wet was 3,1 per 10.000 patiënten en erna 2,8 per 10.000 patiënten.

Kanker bleef de meest voorkomende onderliggende ziekte: ongeveer 75% van alle ziekten. Pijn was een veel voorkomende reden voor een verzoek vóór invoering van de wet (27%), maar nam in de periode daarna af (22%). Ook verlies van waardigheid noemde men minder vaak als reden na invoering van de wet (18% vóór en 10% na).

Er is dus geen toename van het aantal euthanasieverzoeken in de eerste 5 jaar na de invoering van de euthanasiewet. Pijn en verlies van waardigheid vormden minder vaak een reden tot verzoek om euthanasie. Kennelijk kan men pijn en een dreigend verlies van waardigheid beter verdragen als de mogelijkheid er is om zelf te bepalen wanneer het genoeg is geweest. Dat is in overeenstemming met de bevinding dat men pijn beter kan verdragen als men er controle over heeft (zie WIK).

Bron(nen):   Huisarts en Wetenschap