Hebben adoptiekinderen meer problemen dan andere kinderen?

De laatste jaren worden in Nederland minder kinderen geadopteerd. Tussen 2004 en 2008 is het aantal adoptiekinderen bijna gehalveerd. In 2008 werden in Nederland 730 kinderen geadopteerd; 30 daarvan kwamen uit eigen land.

Spaanse psychologen onderzochten of geadopteerde basisschoolkinderen meer aanpassingsproblemen hadden dan niet-geadopteerde kinderen van die leeftijd. De geadopteerde kinderen kwamen uit China, Nepal, Bulgarije, Rusland, Oekraïne, Colombia, Guatemala, Haïti, Peru en Ethiopië.

Het onderzoek laat weinig verschillen zien tussen geadopteerde en niet-geadopteerde kinderen. Dit heeft volgens de onderzoekers te maken met de veerkracht van zowel het kind als van het gezin, die de negatieve ervaringen die het kind had compenseren en een gezonde ontwikkeling bevorderen.

Het belangrijkste verschil was dat geadopteerde kinderen minder somatiseren dan niet-geadopteerde, d.w.z. dat ze minder lichamelijke klachten hadden met een psychische oorzaak. Net als in eerdere studies bleek dat kinderen die in een tehuis verbleven voorafgaand aan de adoptie meer problemen hadden. Jongens vertoonden meer onaangepast gedrag dan meisjes. Wat betreft hun herkomst, hadden kinderen uit Oost-Europese landen meer problemen dan kinderen uit andere landen. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de leefomstandigheden in die landen (denk aan de Roemeense weeshuizen in de jaren ’90). En aandachtsproblemen kwamen ook vaker voor bij kinderen die ouder waren dan 3 ten tijde van de adoptie.

Bron(nen):   EurekAlert  CBS