Tuinieren niet goed voor het millieu

Een tuin aanleggen, lijkt op het scheppen van een klein stukje natuur. Maar vaak is het precies andersom, zeggen Britse wetenschappers. De klassieke tuin, met grasperk, terras en potgrond blijkt een zware tol te eisen.

De grootste impact komt van bewatering, bemesting en chemicaliën. Een doorsnee tuinsproeier verbruikt tot 1000 liter drinkwater per uur – het equivalent van wat een gezin met 4 personen op een hele dag gebruikt. Dat prachtige gazon slaat weliswaar CO2 op, maar dat wordt ruimschoots teniet gedaan door de grasmaaier op benzine, die de helft meer CO2 uitstoot.

Ook de impact van chemische stoffen op de fauna en flora, met name op bijen en vlinders, is groot. Minder bekend zijn de milieugevolgen van het gebruik van potgrond, waarvoor kostbare veengebieden afgegraven worden. De potgrond die in Groot-Brittannië gebruikt wordt als compost, stoot volgens de studie tot een half miljoen ton CO2 per jaar uit – het equivalent van 100.000 auto’s.

Ook de introductie van uitheemse planten is een probleem. Volgens de onderzoekers is 90% van de plantenziekten afkomstig van sierplanten die door de mens geïmporteerd zijn. De uitheemse planten verspreiden zich en bedreigen de inheemse biodiversiteit.

Zelfs wie bomen plant, moet dat doordacht doen, zeggen de onderzoekers. Een boom kan 3 tot 10 jaar nodig hebben om klimaatneutraal te worden.

Een beter excuus om lui in mijn tuinstoel te blijven liggen, kan ik niet verzinnen.

Bron(nen):   De Morgen