Kafkas manuscripten zijn werelderfgoed

Wie is de eigenaar van Kafka’s nagelaten manuscripten? De staat Israël meent dat ze nationaal cultuurgoed zijn. Dat wordt door Kafka-biograaf Reiner Stach betwist. Volgens hem behoren de manuscripten tot het culturele werelderfgoed. Hij vindt het ongehoord dat Israël zich de erfgenaam van de schrijver durft te noemen. Kafka leerde weliswaar Hebreeuws en overwoog om naar Palestina te gaan, maar zelfs als hij dat gewild had, zou het Joodse immigratiebeleid dit verhinderd hebben: tbc-lijders werden zonder meer afgewezen.

Juist het geval Kafka bewijst dat literaire, culturele en nationale eigenschappen slechts met geweld onder één noemer gebracht kunnen worden, aldus Stach, die beklemtoont dat Kafka zich de ene keer een Duits-Joodse Boheem, de andere keer een Duits-Boheemse Jood voelde. Objectief was hij een Oostenrijks burger, althans tot het einde van de Eerste Wereldoorlog. Daarna had hij een Tsjechisch paspoort, en hij stierf als Tsjech in de Oostenrijkse republiek. In feite hebben de Tsjechen dus betere argumenten om Kafka’s manuscripten als hun erfdeel op te eisen dan de Israëlische autoriteiten. Maar er zijn ook nog twee oude Israëlische dames in het geding die juridisch nogal stevig in hun schoenen staan als ze beweren dat ze de Kafka-manuscripten van hun moeder hebben geërfd. 

Stach pleit ervoor om alle Kafka-manuscripten in het literaire archief van Marbach onder te brengen, waar het origineel van ‘Der Prozess’ al wordt bewaard. Zijn redenering is de volgende: Marbach is het best geschikt om de culturele verantwoordelijkheid voor dit soort supranationale literaire documenten van Duits-Joodse origine te nemen.

Bron(nen):   Knack