DNB: groeitempo economie gaat verder omlaag

Het groeitempo van de Nederlandse economie neemt komende jaren waarschijnlijk steviger af dan voorzien. Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) voelt Nederland onder meer de stikstofkwestie waardoor bouwprojecten zijn stilgelegd of uitgesteld. Ook het versnelde dichtdraaien van de gaskraan in Groningen en de krappe arbeidsmarkt zetten een rem op de groei. Verder is sprake van een scherp gedaald consumentenvertrouwen en minder gunstige internationale omstandigheden.

De centrale bank voorziet voor dit jaar een economische groei van 1,7 procent. Dat is nog wel 0,1 procentpunt hoger dan DNB stelde bij de vorige raming in juni. Volgend jaar en in 2021 zakt de groei verder weg naar 1,4 en 1,1 procent. Eerder voorspelde DNB voor deze jaren nog plussen van respectievelijk 1,5 en 1,4 procent.

Hoewel dit "historisch gezien lage cijfers" lijken, liggen de groeipercentages volgens de centrale bank nog wel dicht bij de zogeheten potentiële groei. Dat betekent dat sprake is van een soort natuurlijke teruggang naar een groeipercentage dat langduriger is vol te houden.

Werkloosheid omhoog

Door de strengere stikstofregulering staat het aantal vergunningen en daarmee de nieuwbouw extra onder druk. Het negatieve effect daarvan op de groei blijft in deze raming beperkt tot circa 0,1 procentpunt per jaar, vooral via lagere investeringen. De versnelde afbouw van de aardgasproductie raakt Nederland volgend jaar met eenzelfde percentage.

Volgens DNB moet Nederland het de komende jaren minder hebben van de export. De bijdrage daarvan aan de groei zal afnemen, al zijn voorspellingen op dit vlak nog erg afhankelijk van hoe de handelsspanningen met bijvoorbeeld de VS en de brexit precies uitpakken. Geholpen door de lagere inkomstenbelasting zal de consumptiegroei komende jaren weer aantrekken. Ook de overheidsbestedingen doen een duit in het zakje. Het overschot op de overheidsbegroting slaat in 2021 naar verwachting om naar een tekort van 0,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

De werkloosheid kruipt tegelijkertijd weer wat omhoog, van 3,4 procent dit jaar naar 3,6 procent in 2021. Niettemin blijft er in veel sectoren sprake van een grote roep om personeel. Deze situatie zorgt er ook voor dat de lonen waarschijnlijk verder omhoog gaan. Dit heeft ook weer gevolgen voor de inflatie die relatief hoog blijft.