ABN AMRO verwacht dat huizenprijzen nog harder oplopen

ABN AMRO verwacht dat de huizenprijzen dit jaar en volgend jaar nog sneller gaan stijgen dan de bank eerder had voorspeld. Dat komt doordat de prijzen worden gestuwd door het gebrek aan aanbod en mede daardoor nu al sneller oplopen dan gedacht.

ABN AMRO schat nu in dat de prijzen dit jaar met 15 procent oplopen en in 2022 met 10 procent. Bij een vorige schatting rekende de bank nog op een stijging van 12,5 procent in 2021 en een van 5 procent het jaar erop. Rabobank verhoogde zijn ramingen vorige maand naar vergelijkbare niveaus.

In Nederland is momenteel een tekort aan ongeveer 280.000 woningen en voor de coronacrisis was dat 331.000. Ondanks dat het tekort wat kleiner is geworden liepen de prijzen verder op. Dat komt door de historisch lage hypotheekrente, aldus ABN AMRO-econoom Philip Bokeloh. Huizenkopers kunnen dan meer geld lenen.

Met ruim 400.000 euro ligt de gemiddelde koopsom anderhalve ton boven het niveau van vijf jaar geleden, berekende de bank. Door forse schommelingen zijn in de loop der jaren zogenoemde "pech- en gelukgeneraties" ontstaan, meent de bank. Die ziet grote verschillen in de vermogensopbouw van deze groepen.

Volgens Bokeloh komt er waarschijnlijk een einde aan de daling van de hypotheekrente door de hoge inflatie. Een eind aan de rentedaling zou de nu ernstig verhitte woningmarkt volgens ABN AMRO tot rust kunnen brengen. "De lichte stijging van de hypotheekrente zou zomaar kunnen samenvallen met nieuwe maatregelen vanuit Den Haag."

ABN AMRO vindt dat een nieuwe regering de problemen op de woningmarkt niet kan negeren. "De kans bestaat dat er opnieuw heilige huisjes vallen, bijvoorbeeld ten aanzien van de fiscale behandeling van de eigen woning", denkt Bokeloh.

De Nederlandsche Bank (DNB) pleitte er vorige week nog voor om de fiscale voordelen voor huizenbezitters geleidelijk aan af te bouwen, om de ongelijkheid op de woningmarkt aan te pakken. Dat kan bijvoorbeeld door woningeigenaren vermogensbelasting te laten betalen.