Inflatie eurozone loopt op tot definitieve 4,9 procent

De inflatie in de eurozone is in november opgelopen tot 4,9 procent op jaarbasis. Vooral de prijzen voor energie, zoals gas en elektriciteit liepen hard op. Verder moest ook flink meer betaald worden voor diensten en goederen, meldt Europees statistiekbureau Eurostat op basis van een nieuwe raming die gelijk is aan een voorlopige schatting. Een maand eerder lag de geldontwaarding op jaarbasis nog op 4,1 procent.

De inflatie zonder de sterk wisselende prijzen voor onder meer voeding, energie, alcohol en tabak kwam vorige maand uit op 2,6 procent. Deze zogeheten kerninflatie, die voor de Europese Centrale Bank (ECB) een belangrijke graadmeter vormt, bedroeg in oktober nog 2 procent op jaarbasis.

De ECB bleef donderdag bij het rentebesluit bij de verwachting dat de inflatie, die nu hoog is, op de middellange termijn terugvalt tot onder de doelstelling van 2 procent. Voor 2023 en 2024 gaat de centrale bank uit van een inflatie van 1,8 procent. De kerninflatie blijft volgens de centrale bank ook volgend jaar nog onder de 1,9 procent. ECB-president Christine Lagarde gaf daarbij wel aan dat er ook risico's zijn dat de inflatie hoger uitkomt, bijvoorbeeld als salarissen sterker stijgen dan verwacht en bedrijven daardoor hun prijzen verhogen.